Er is geen gebruiker ingelogd

Column Evert Ruiter

Foute vrienden

Toen ik nog trainingen gaf aan mensen van de reclassering, viel het me op dat ze het bijna altijd opnamen voor hun “klantjes”. Ik verbaasde me over hun empathisch vermogen met mensen die toch echt slechte dingen hadden gedaan en niet alleen de wet hadden overtreden. “In wezen is het een goeie jongen, maar hij gaat om met foute vrienden”, was dan hun verweer. Dat hoor je ook vaak ouders van notoire misdadigers zeggen, en vooral de moeders. En zo hoort dat ook, zou ik er aan toe willen voegen. Maar waar is het dan mis gegaan? Hoe kunnen die schattige baby’s en kleuters plotseling verworden tot brutale rotzakken, pesterige kijfwijven, intimiderende en vuil spuitende twitteraars?

Op een van mijn heerlijke opa-dagen zag ik het gebeuren: ik was in de speeltuin met mijne lieve kleinzoon. Op een gegeven moment stond hij stil bij een ander kindje, wilde het emmertje pakken van dat kind en, toen deze een alarmkreet sloeg richting zijn vader, pakte hij een hand zand, gooide het naar het andere kind en spuugde naar hem. Ik was verbijsterd. Dat gedrag kende ik helemaal niet van hem. Waar had hij dat geleerd?

Uiteraard greep ik in, haalde hem uit de situatie en sprak hem vermanend toe.

Later, in gesprek met zijn ouders over het incident kwamen we al gauw op de veronderstelling dat hij het op de crèche had geleerd; hij was pas naar een andere groep met oudere kinderen overgeplaatst en daar moet hij het gezien hebben. Oudere kinderen, dominantie, succesvol gedrag, zouden we zo van heerlijke peuters pestkoppen worden? De behoefte en het vermogen om je wil door te zetten zit er natuurlijk van meet af aan al in. Nu begeef ik me op glad ijs met psychologie van de kouwe grond, dus beperk ik me tot wat ik denk zeker te weten: aanleg, opvoeding en omstandigheden versterken wat er van meet af aan in zit. Wat niet is, kan zich niet ontwikkelen en van het een komt het ander, maar het had ook heel anders kunnen lopen. Dankzij ons evenwichtsorgaan kunnen we rechtop lopen maar ook kunstjes uithalen op een skatebord of aan de rekstok. Maar als je de nooit op een fiets stapt, of na de eerste val het niet meer durft te proberen, dan ga je ook nooit de tour winnen.

Spugen, aan de haren trekken, slaan en schoppen zijn de basale manieren om aan te vallen of je te verdedigen. Als kind had ik geen broers maar wel zussen en die mocht ik niet slaan als ze me pestten. Het heeft enige tijd geduurd voor ik me op het schoolplein, toen alleen met jongens, kon en durfde verweren.

Joris en ik hebben nog een lange weg te gaan naar vreedzaam samenleven en het blijft een wankel, kwetsbaar evenwicht, denk ik. Ik zal vast nog wel een keer vallen met mijn fiets.

Evert Ruiter, Ubbergen, december 2018


Alsof ik een stomp in mijn maag kreeg

Het eerste bericht dat er een bakfiets met kinderen onder de trein was gekomen raakte me heel fysiek: alsof ik een stomp in mijn maag kreeg.

Er schoten meteen allerlei gedachten door mijn hoofd over de toedracht en de schuld maar bovenal voelde ik de emoties: schrik, ongeloof, verbijstering: ooh wat erg! Ik dacht meteen: als dit mijn kleinkind maar nooit gebeurt; ontroostbare ouders. En ik realiseerde hoe vaak ik met Joris in de bakfiets me ongemakkelijk voelde in het drukke verkeer. Altijd hopend dat achteropkomende auto’s voldoende afstand zouden houden.

Het zal je maar gebeuren. Als de bestuurder het overleeft, dan zal dat haar levenslang achtervolgen maar ik zal het haar niet nadragen.

Ik weet niet hoe het precies gegaan is; iemand hoorde haar in paniek schreeuwen dat ze niet kon remmen. Maar ach, als je niet de intentie hebt om kinderen kwaad te doen, dan kunnen er altijd omstandigheden zijn die jou tot de veroorzaker maken van een vreselijk ongeluk. Elke keer dat je in de auto wegrijdt; ongeduldig omdat je al laat bent want je partner ….. nou ja, vul maar in. Geïrriteerd omdat je voorganger tergend langzaam rijdt; misschien zoekt hij de weg. Dan toch maar even vol gas er voorbij. Afgeleid, omdat je naar de radio luistert of in gedachten verzonken bent. Alcohol en drugs laat ik maar even uit het rijtje. Dat is zo evident fout, dat hoeft geen betoog meer, hoop ik.

Geen vrolijke column dit keer, zelfs geen zelfspot. Alleen maar dankbaarheid omdat mijn gekluns, gebrek aan aandacht en andere alledaagse beperkingen gelukkig nog niet geleid hebben tot grote rampen voor anderen. Meer geluk dan wijsheid.

Wat we er aan kunnen doen laten we dat zeker doen: geen alcohol, geen drugs en niet appen in het verkeer, zeker niet als je een voertuig met dodelijke potentie bestuurt, en dat is een auto al bij 30 km per uur als een kind de straat op loopt.

De rest van de 150 woorden mag u zelf bedenken; tijd om te bezinnen.

Evert Ruiter
Ubbergen, 30 september 2018


Vakantiestress

Ik zou er geen last meer van moeten hebben, maar toch heb ik wel degelijk stress van het idee alleen al dat de vakantie er aan komt. Natuurlijk wil ik graag op vakantie, want ook als je geen betaald werk hebt, wil je wel eens even verlost zijn van alle verplichtingen die het in stand houden van een geordend leven of de zorg voor anderen met zich meebrengen.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar het meest last heb ik van to-do-lijstjes. Het lijkt of er steeds meer bij komt dan er af gaat. En laat nou juist de voorbereiding van de vakantie weer een haast onbeheersbaar lijstje op te leveren.
Meestal stop ik dat gevoel door iets eenvoudigs van het to-do-lijstje te doen dat snel een tevreden gevoel oplevert. Soms heb ik de moed om iets ingewikkelds aan te pakken en weg te werken. Dat lucht echt op. En dan heb ik altijd nog de ultieme oplossing: “wat kan mij nou gebeuren, ik neem mijn creditcard mee en alles is ter plekke ook te krijgen”.

Maar dan heb ik buiten de waard gerekend: journalisten en ander rapalje dat meent mijn vakantieplezier te moeten bederven door zogenaamd op te komen voor mijn veiligheid en portemonnee. Weet u wel dat voor het dievengilde uw vakantie bij uitstek het moment is om toe te slaan? En dan komt er weer een lijstje met voorzorgsmaatregelen. Weer een to-do-lijstje.
Of: bent u niet dubbel verzekerd, onderverzekerd of wel juist verzekerd voor uw vakantiebestemming? Heeft u wel de juiste zorg pas bij u? En kunt u uw medicijnen zomaar mee nemen over de grens? Dan moet u wel een verklaring van uw apotheek meenemen hoor! Nou, dat kunt u dan meteen vragen als ze u weer bellen met de vraag of u geen vragen meer heeft over het gebruik van die nieuwe medicijnen waarvan alleen de naam veranderd is omdat het patent afloopt. En dan heb ik het nog niet over het gebruik van wifi onderweg of op de camping. Wat er dan allemaal niet kan gebeuren!

Ik hoop dat u er nu een beetje om kunt lachen, anders heb ik hetzelfde gedaan wat ik de media verwijt.

Hoe komen we hier weer uit?
Mogelijkheid één: toch maar thuis blijven.
Mogelijkheid twee: een maand voor de geplande vakantie geen bijlagen van kranten meer lezen, want daar staan al die adviezen in, en natuurlijk geen consumentenprogramma’s meer kijken op televisie, want daar passeert een eindeloze stoet van oplichters en stommiteiten.
Mogelijkheid drie: vertrouw op God, maar zet je auto wel op slot.

Ik ben best wel een zorgelijk type dus ik doe van alles wat. Inmiddels heb ik zelf zo’n handig lijstje van wat ik mee moet nemen en moet regelen én ik zorg dat ik op mijn bestemming leuke mensen ontmoet want als ik daar aan denk dan smelten mijn zorgen als sneeuw voor de zon. Fijne vakantie met veel gezellige, lieve mensen.

Evert Ruiter

Op de weg ben ik een beest

Ik ken de argumenten van de fervente aanhangers van de auto: meestal sneller, van deur tot deur, wanneer je zelf wilt, je hoeft je niet te haasten om de trein toch nog te missen, enzovoort. Ik ga de argumenten niet bestrijden met getallen over files, parkeerproblemen, kosten etc. maar ik wil het wel hebben over onze mentale gezondheid.
Laat ik voor mezelf spreken: in de auto word ik binnen enkele kilometers een grommend beest die moppert op al die andere idioten op de weg. In de trein ben ik een vriendelijke oude man die zo nu en dan te veel kletst maar meestal een goed gesprek heeft, een spannend boek leest of een lastige sudoku met succes oplost. En dan kom ik verfrist en met goeie zin aan op mijn bestemming. Ik fiets naar het station en loop zo mogelijk naar de bestemming of pak de bus of een ov-fiets. Het doel is hetzelfde: mijn kleinzoon. Maar de aanloop is zo verschillend!
Wat gebeurt er toch met mij als ik me met de auto in het verkeer begeef?
Om te beginnen zit ik in de auto in mijn privé domein en daar wil ik niet gestoord of gehinderd worden door andere automobilisten die 70 rijden waar je 80 kan (opa, schiet eens op!), mensen die op een vijfbaansweg op de middelste baan blijven rijden onder de maximum snelheid (zeker weer een buitenlander), of al die mensen die je hard inhalen terwijl jezelf het maximum rijdt plus 2, want dat is de meetfout (ik hoop dat ze die bekeuren, maar dat zal wel niet).
En dan die competitie: altijd weer dat gehijg achter me, dat snel inhalen en dan pal voor m'n neus langzamer gaan rijden. Ik zal u de rest van mijn negatieve emoties besparen. Ik word al chagrijnig als ik het opschrijf.
Nee, geef me dan maar de trein.
Maar waar komt dat verschil vandaan? Ik ben toch dezelfde man die in de trein en de auto stap? Mijn reisgenoot en diens opmerkingen maken wel enig verschil maar toch niet in het basisgevoel. De weg is een jungle en een strijd om het bestaan: ben ik een winner of een loser. Daar heb ik het stuur in handen, de regie of niet.
In de trein kan ik niet sturen en hoef ik me niet druk te maken of te ergeren. Een vertraging is een leuke puzzel waarbij je niet kunt verliezen. Je hebt altijd een excuus voor "te" laat komen. En je deelt de situatie met mensen waarmee je erover kan lachen.
Nee, ik word niet gesponsord door de NS of een van de andere vervoerders.
Ik meen het: geef mij maar de trein en de fiets. En zelfs de bus kan nog heel leuk zijn omdat je tijd hebt om rond te kijken terwijl je anders op het verkeer moet letten.
Goeie reis, voor wie vandaag op stap gaat, en zorg dat je heelhuids en opgewekt aankomt bij je kleinkind.

Evert Ruiter, Ubbergen juli 2018


Teken-Tafel-Terreur

U kent ze wel: de kruispunten waar je als fietser een vloeiende bocht zou willen maken maar gedwongen wordt tot het slaan van een haakse hoek, wat voor een fietser op leeftijd een riskante onderneming is. En dan heb ik het nog niet over de oudere op een elektrische fiets die met een flauwe bocht al ernstig risico neemt.

In Nijmegen vond een landschapsarchitect dat hij bij de herinrichting van een oud kazerneterrein het oorspronkelijke paden- en wegenpatroon moest volgen. Fietsers moesten dus haakse hoeken slaan zoals alleen hazen en militairen dat tijdens exercities kunnen. Fietsers maakten dus “olifantspaadjes” en sneden alle hoeken af, tot ergernis van de beheerder van het terrein. Prompt werden er draden op paaltjes gespannen, die al even prompt verdwenen, want in Nederland weten we wel hoe we met gezag moeten omgaan. Gelukkig brak na enige tijd het inzicht door bij de beheerder en werden de olifantspaadjes bestraat, wél met behoud van de bestaande haakse hoeken. Een klein monumentje voor burgerlijke ongehoorzaamheid, of voor de overwinning van de rede?

Niet lang daarna werden in Ubbergen enkele straten gerenoveerd. Daar hoorde ook een herinrichting bij van rij-, loop-, en fietsroutes en niet in de laatste plaats van parkeervoorzieningen, zoals dat deftig heet. Wie schetst mijn verbazing dat in ons vergrijzende dorp er wel ruim parkeervakken op de voormalige trottoirs zijn gepland, maar er geen ruimte meer is voor rollators en scootmobielen. En, jawel, fietsers moeten haakse hoeken slaan om veilig te kunnen oversteken naar een fietspad dat in twee richtingen wordt gebruikt terwijl het voor één richting is bedoeld.

Wat is de overeenkomst tussen deze twee situaties? U kunt er ongetwijfeld in uw omgeving ook enkele aanwijzen. Ten eerste: het is duidelijk in het platte vlak getekend en bedacht (TTT). Mooie patronen en een ijzersterk idee erachter. En ten tweede: de tekenaar fietst niet, gebruikt geen rollator, loopt ook niet achter een kinderwagen maar heeft wel een grote parkeerbehoefte. En tot slot: het is ongelooflijk betuttelend. Gelukkig wint in de stadsarchitectuur het idee terrein dat je eerst moet kijken hoe mensen zich in een wijk gedragen voor je definitief bestraat. Dat staat wel op gespannen voet met de wegbeheerders die vooral gestuurd worden door ideeën over verkeersveiligheid en navenante voorschriften. Prompt schiet mij de eerste en enige wet van Piet Vroon te binnen: “Hoe meer regels, hoe meer vlegels”.

Evert Ruiter, april 2018


Brabbelen


Daar zaten we dan naast elkaar op de bank: mijn kleinzoon van 18 maanden met een boek vol letters en weinig plaatjes, en ik met een plaatjesboek met weinig woorden.
Terwijl ik vertelde uit mijn boek, brabbelde hij uit zijn boek. Ons beider voorland dacht ik: ik straks kinds en hij student.

Natuurlijk moet ik "dement" zeggen: gestoorde inprenting en oprollend geheugen. Vanzelfsprekend ontken ik alles; zo nu en dan kan ik even niet op een woord komen maar zolang ik de naam van mijn kleinzoon nog moeiteloos weet is er niets aan de hand, toch? En de kinderliedjes meezingen is geen enkel probleem. Ik heb alleen moeite met de nieuwe versies die niet racistisch, niet seksistisch en niet bedreigend zijn. Moriaantje zo zwart als roet ... Fout! Eigenlijk vind ik het wel schattig als hij op straat het kroeshaar van een ander kindje wil voelen. Vroeger had ik spierwit haar en dat verleidde menig volwassene tot een aai over mijn bol. Die zwak voor aaibaarheid heb ik nog steeds wel, maar ik pas wel op om dat zonder uitdrukkelijke toestemming in de praktijk te brengen. Ik heb geen carrière meer om te verliezen maar van terugwerkende kracht kan mijn verleden vast wel zo geduid worden dat ik me schielijk zou moeten terugtrekken van de kieslijst van mijn partij.

Trouwens, die Jip en Janneke, kunnen die nog wel? Staan die niet in een traditie van uit zwart papier geknipte silhouetten en zwart geschminkte zangers als Al Jolson?

Gelukkig krijgt de grote boze wolf nooit de kans een van de drie biggetjes op te eten, en ontsnapt bij de EO de gazelle altijd aan de leeuwen. Hoe moet je anders uitleggen dat de door God geschapen natuur niet zo fraai is en gebaseerd op eten en gegeten worden.

Terug op de bank: hij brabbelt en ik lees een verhaal voor van een uil die 's nachts over de dieren in het bos waakt en ze zeker niet opeet.

Opa Evert

“Overdrijven is ook een kunst”

Is het u ook opgevallen dat om ons heen steeds meer grote woorden worden gebruikt zoals “mega-klus”, “gigantisch smerig”, “supercool”? In de strip van Tom Poes en Heer Bommel duiken op een gegeven moment twee ondernemers op: Super en Hieper, die de plaatselijke grootgrutter van Rommeldam beconcurreren. En dat was niet pluis! Met list en bedrog stortten zij de lokale gemeenschap in de ellende door de bewoners fantastische aanbiedingen te doen. Heer Bommel trapte er vaak als eerste in.
Maar gelukkig grijpt Tom Poes altijd tijdig in en eindigde het verhaal steevast met een eenvoudige doch voedzame maaltijd, bereid door Joost.

Als ik naar de radio luister of mijn twitteraccount raadpleeg dan zie ik nog steeds hetzelfde gebeuren: nieuws wordt verzonnen, opgeklopt uit z'n verband gerukt tot meerdere eer en glorie of winst van de brenger van het nieuws, en vervolgens stijgt de verontwaardiging alom tot grote hoogte zodat we weer voor tenminste een week nieuws hebben.

Met de commerciële omroepen is emotie-tv en zijn straatinterviews "als een tsunami over ons heen gekomen" en, laten we eerlijk zijn, wat hebben we ervan genoten! Ik ook. Maar intussen hebben de dubieuze voorstellingen van zaken, de verdraaiing van de feiten en de regelrechte leugens toch wel gemaakt dat ik sceptischer ben geworden; is dat echt zo? Is het niet een beetje
overdreven? Is het zoveel anders dan we altijd al hebben gezien?

Ik heb vrienden met wie ik serieuze gesprekken heb waarin we op zoek zijn naar een beter inzicht in hoe de wereld in elkaar steekt en zich ontwikkelt, laatst nog over afscheidingsbewegingen, of liever: regio's waar veel mensen behoefte hebben om een daad te stellen tegen een overheid die hun belang of emoties niet voldoende onderkent. Maar ik kom ook in gezelschappen waarbij de manier waarop je overkomt op dat moment belangrijker is dan de waarheid. En dan begint het stoere praten, of het breed uitgemeten slachtofferschap. En je gaat er heel makkelijk in mee, al was het maar om de sfeer niet te bederven of de ander voor leugenaar of aansteller uit te maken. Op Facebook en Twitter wordt dat meteen op grote schaal rondgestrooid. Niet “liken/��” doe je daar niet. Dan tel je niet meer mee in de groep en zo wordt de sneeuwbal alsmaar groter. Waar ik me zorgen over maak, is dat hevige emoties, en vooral verontwaardiging, zo onbedoeld leiden tot agressie tegen de vermeende veroorzakers van het kwaad. Het idee dat dit het moment is om definitief een eind te maken aan het gedonder, terwijl we best weten dat dat niet kan.

Laat ik me vanavond maar eens beperken tot een eenvoudige doch voedzame maaltijd. Ik hoef niet elke dag te pieken, weer iets op mijn bucket-list af te strepen of het einde van de wereld te beleven. Dat laatste gaat volgens astronomen nog minstens 35 miljard jaar duren. Is dat veel? En als ik nu nog moet pieken, ben ik rijkelijk laat.

Evert Ruiter

 

Het tuinhekje en de tandarts.

Het hekje is af; mijn kleinzoon kan niet meer zo de steeg door en de straat op lopen. Een pak van m’n hart en van zijn ouders. De veiligheid van de huiskamer en tuin werkte niet meer toen hij begon te lopen en meteen de wereld in hoog tempo verder ging verkennen.

Eigenlijk was ik meer verdrietig dan trots toen het hekje af was. De opvoeding was begonnen met het waarschuwen voor de gevaarlijke buitenwereld en het stoppen van risicovol gedrag. Natuurlijk hadden we al meermalen iets uit z’n mond moeten halen en luid ‘bah’ moeten roepen maar dit was toch iets heftiger. Ik kan hem nog niet uitleggen waarom het ongezond of onveilig is en hem alleen leren dat sommige dingen niet mogen omdat wij dat niet willen. Gelukkig is zijn vertrouwen nog grenzeloos al kan hij al stevig protesteren als hij iets niet mag terwijl de verleiding nog in zicht is. Afleiden dus en de aandacht richten op iets wat ook leuk of interessant is. Tot zover ging het om zijn fysieke veiligheid, maar dezelfde week begon ook het aanleren van sociaal gedrag: normen en waarden. We waren samen in de speeltuin; een meisje had zandtaartjes gemaakt en Joris begon ze weg te vegen. Tja, dat doe je niet zomaar als zij het kennelijk niet leuk vindt, en dus moest ik ingrijpen. Oh nee? Dat zullen we dan nog wel eens zien, leek hij met zijn gedrag te willen zeggen. Meteen herkende ik mijzelf bij de dokter, eerder die week.

Ik was bij de tandarts voor de periodieke controle. Zoals meestal bleef het bij wat peuteren, tandsteen verwijderen en een vermaning om vaker te flossen en tijdig een afspraak te maken voor de volgende controle. Diep in mijn bewustzijn kwam ik in opstand; niet dat ik meteen tegen de tandarts zei: ‘waar bemoei je je mee, dat maak ik zelf wel uit’. Maar ik had net zo’n ongemakkelijk gevoel dat ik als kind al had wanneer ik vermanend toegesproken werd. Van sommige mensen kon ik het hebben omdat ik ze vertrouwde of omdat ze een onbetwistbaar gezag hadden. Maar beiden zijn in de loop der jaren afgekalfd. En nu stoort het me dat de overheid, in het kader van preventie en veiligheid, met de gezondheidszorg hetzelfde doet. Lang en gezond leven moet, en als je je niet houdt aan de adviezen van de gezondheidsraad of van jouw arts, dan moet je het zelf maar weten.
Mensen die ongezond leven verdienen geen gelijke behandeling, vindt een meerderheid van de bevolking, en ongezonde producten dienen zwaarder belast te worden. En over de zin van je eigen leven, daar ga jij niet over. Of jij je leven waardig mag afsluiten als je biologische tijd nog niet gekomen is, daar gaan anderen over.

En dat begon dus bij het tuinhekje en de zandtaartjes. Die laatsten waren van een aardig meisje dat er verdriet van had. En dat is andere koek.

Evert Ruiter

 

100 JARIGEN

Dacht u dat het ging over 100 mensen die tegelijk jarig zijn of mensen die 100 jaar geworden zijn?
Wat u denkt, verraadt uw leeftijd.

Burgemeesters krijgen het steeds drukker met het bezoeken van honderdjarigen. Wellicht wordt de leeftijdsgrens hier ook opgetrokken in het tempo van de AOW. Dan komt de burgemeester pas als je 102 bent geworden. Stellen die 50 jaar gehuwd zijn, kunnen in sommige gemeenten ook al niet meer rekenen op een huldiging door de burgervader. We zijn met teveel. Steevast lees je dan in de lokale krant de vraag van de journalist uit het gevolg: hoe heeft u het zolang volgehouden? En braaf tekent hij dan op: kwestie van geven en nemen.

Bij honderdjarigen worden de anekdotes veel leuker en ongeloofwaardiger: van “gewoon blijven ademhalen” tot allerlei bijzondere eetgewoontes die door voedingsdeskundigen meestal ernstig worden ontraden. Hoe smeriger, hoe gezonder lijkt het wel. Hoe is het mogelijk dat we aan allerlei zaken verslaafd zijn geraakt die we aanvankelijk afschuwelijk vonden, zoals koffie en bier en sigaretten?

Dan maar eens kijken naar landen die bekend staan om hoge percentages ouderen en zelfs honderdjarigen. Daar moet het toch gezond toeven zijn door het prettige klimaat of het gezonde eten. Italië: dat komt natuurlijk door de gezonde pasta, olijven en een klimaat waar je geen reuma van krijgt. Of Griekenland; kent het hoogste percentage 100-jarigen binnen de EU. Persoonlijk vind ik het zomers wat te heet en de straffe noorderwind in mei was ook geen pretje. Het eten is op vakantie best lekker, maar heeft toch het karakter van veredelde boerenkost: geschikt om bij te tanken na een dag hard werken op het land of vissen op zee.
Wat blijkt nu: Griekenland heeft zo’n hoog percentage 100-jarigen omdat de burgerlijke stand een zootje is en de statistieken hoofdzakelijk uit de duim gezogen zijn. Wat is er dan verleidelijker dan het overlijden van je ouders niet op te geven aan de burgerlijke stand maar wel de uitkering te blijven innen. Zou de burgemeester van het dorp dat niet merken als hij de jubilaris komt feliciteren?

De beste stap in het saneren van de Griekse begroting tot nu toe lijkt het verplichten van de betaalautomaat voor de middenstand en de horeca, en het geven van bonnetjes.
Misschien gaan we dit jaar toch weer naar Griekenland; Turkije kan echt niet meer, al is het nu spotgoedkoop. Als we in Griekenland nu veel op terrasjes zitten en leuke dingetjes kopen, dan profiteert niet alleen de arme Griek, maar daalt ook de kans dat we ons geleende geld definitief kwijt zijn. Ik vermoed trouwens dat bij de volgende volkstelling het aantal 100-jarigen drastisch is afgenomen.
Over dat eerste ben ik niet zo zeker, en over dat laatste eigenlijk ook niet. Maar het wordt wel een mooie vakantie met veel blije winkeliers en serveersters! Nu op naar de honderd. Over twee jaar zijn wij 50 jaar getrouwd; ik ben benieuwd.

Evert Ruiter

 

Herkansing

Sommige ouderen hebben veel kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen. Zelf zijn we wat later getrouwd en nóg later aan kinderen begonnen. En "zo de ouders zongen, piepen de jongen", dus hebben we pas sinds kort ons eerste kleinkind. Wat is dát leuk!

Natuurlijk zijn er de zorgen of het kind wel gezond is, of het genoeg groeit, waarom het huilt en of het wel normaal is dat het drie keer 's nachts komt. Maar die zorgen kunnen we de meeste tijd aan onze dochter en haar man overlaten. We luisteren dan en vergelijken het met hoe zij toen waren en hoe wij reageerden. Wat waren we toen moe! Maar nu voelt het aan als een herkansing.
Voor mijn vrouw en mijzelf is het nu vooral genieten van onze nieuwe status: Opa en Oma. Vrienden plagen ons daar wel eens mee omdat ze het associëren met "heel oud", maar voor ons is het een eretitel. De eerste beker met "I ♥ opa" er op is al gesneuveld; Joris moest me zo nodig nadoen maar mist nog de fijne motoriek om het oortje goed vast te pakken. Heerlijk.
Eenmaal per week heb ik "opa-dag". Alleen al de treinreis is een soort van ontspannen en loslaten die ik lang niet meer kende. Sinds onze pensionering betekent thuis zijn klussen en lijstjes afwerken; waar haalden we vroeger de tijd vandaan om te werken? Maar eenmaal in de trein valt dat van me af: je hoeft niet anders dan om je heen kijken, een krant lezen, of een gesprek aangaan, als de andere reizigers tenminste niet vreselijk druk zijn met hun laptop of mobieltje.

Als ik eenmaal de taken van mijn dochter heb overgenomen met een hele lijst aan "opdrachten en instructies" stap ik in een andere wereld: de wereld van een kind. Met verwondering zie ik de wereld door de ogen van mijn kleinkind: deurtje open, deurtje dicht, hapje erin, bah, hapje eruit. We rollebollen samen op de grond. Het opstaan gaat wat moeilijker maar ik héb nog een voorsprong: ik kan tenminste al los staan (nog wel). Hij zijn eerste loop-kar, ik nog net niet aan de rollator.
Als moeder thuiskomt begint de overdracht: heeft hij wel genoeg gedronken? Hoe laat heb je zijn luier verschoond? Heeft hij wel ... Ik begrijp dat het moet: reinheid, rust en regelmaat, en gelukkig kan ik op een (halve) dag de opvoeding niet ruïneren. Voor mij is het belangrijkste samen genieten, samen spelen en samen op ontdekkingsreis. Ik ben natuurlijk ook voortdurend bezig met zijn veiligheid maar zonder steeds te waarschuwen en te verbieden. Afleiden is de grote truc. Kijk daar eens! Misschien moeten mijn vrouw en ik dat thuis ook weer wat vaker doen. Dan worden het vertrouwde huis en de tuin weer een plek vol verrassingen en gevaren. De risico's bewaren we voor andere momenten.

Thuisgekomen ben ik wel moe. En ik heb vergeten foto’s te maken.
Vraagt mijn vrouw: hoe ging het? We hebben geschaterd van het lachen en ik heb voor hem gezongen; is dat niet mooi?

Evert H. Ruiter


Natuurlijk!

Het kan door m'n leeftijd komen of door het feit dat ik nu meer tijd heb om bij de dingen stil te staan, maar ik verbaas me steeds vaker over de manier waarop we met woorden de werkelijkheid veranderen, inkleuren of zelfs vergallen.

Een voorbeeld uit een recente krant: "Kinderen zien steeds vaker bloot en seksbeelden online. Kinderen moeten les krijgen over het zien van seksueel getinte beelden. Scholing maakt hen weerbaar voor de toekomst".
Hallo, wat is hier gebeurd dat we tussen het moment dat een kind ter wereld komt, bloot uiteraard, en pak 'm beet: tien jaar later, we zo'n probleem hebben met bloot dat we kinderen weerbaar moeten gaan maken tegen wat eigenlijk? Tegen onze cultuur van schaamte natuurlijk. Waar je je niet voor schaamt, daar kan je toch ook niet mee gepest worden, of wel?

Het woord "natuurlijk" alleen al is misleidend want wat is nu eigenlijk "natuurlijk".
U merkt het al: hoe meer woorden ik gebruik hoe groter de verwarring, misleiding zo u wilt.
Ik kan me nu voorstellen dat er culturen zijn die technieken hebben ontwikkeld om je hoofd leeg te maken als poging om verlost te worden van de verwarring. Hier kan je dan weer dure cursussen volgen om onder leiding van een zelfverklaarde goeroe even af te kicken. Een goeroe die met veel woorden me eerst uitgelegd heeft dat, volgens Boeddha, de oorzaak van alle lijden de dorst is, de begeerte.

Zelf heb ik meer met ouderwetse logica en taalfilosofie. Gewoon redeneerfouten benoemen: dat moeite met taal samengaat met korter leven wil nog niet zeggen dat er een oorzakelijk verband is tussen die twee. In oost Europa werd er al vroeg geconstateerd dat negen maanden na het oogstfeest, als de ooievaars terugkwamen, er veel kinderen werden geboren.

Taal is een pracht instrument om de meest scherpzinnige redeneringen over te dragen, om anderen mee te nemen in jouw belevingen van de wereld. Je kan zelfs beweren dat we in taal wonen, in verhalen wonen. Zonder verhalen over hoe de wereld in elkaar zit en hoe het allemaal gekomen is zou de wereld een leeg en onbewoonbaar oord zijn. maar met verhalen is het ook een onheilspellend oord waar het slecht met ons kan aflopen. Hele volksstammen beweren en geloven dat het einde der tijden nabij is. Mijn tijd wel, natuurlijk. Ik las onlangs dat we, na onze pensionering gemiddeld nog 21 jaar te leven hebben. Tel uit je winst. Dus wat ga je met de rest doen?

Eerst maar eens mijn hoofd leeg maken en wat me dwars zit in een column zetten.
Dan met mijn vriend een wandeling maken die eindigt in de kroeg waar we onze dorst lessen en constateren dat wij het bij het rechte eind hebben. En tot slot, als de temperatuur het toelaat, lekker uit de kleren en naakt zwemmen, ongeacht of we door God zo bedoeld zijn. Hoe zou je daar trouwens achter kunnen komen?

Resteert mij nog 17 jaar, gemiddeld.

Evert Ruiter

Contact!

Vroeger kwam de postbode tweemaal per dag langs behalve op zaterdag, en dan alleen op de ochtend.
Bovendien bracht hij (ik heb nooit een vrouw gezien) de post aan huis. Ook toen woonden we een stuk van de weg af. Als we thuis waren schonken we een kop koffie.

Op een gegeven moment hadden we een postbode die je aan hoorde komen. Hij was kunstfluiter en oefende onderweg of deed het gewoon voor z’n lol. Maar ja, we gingen steeds minder brieven schrijven en meer internetbankieren, en ondanks dat de zegels steeds duurder werden, kon het er niet meer uit, zei de PTT. Enfin, u kent het verhaal: brievenbussen aan de weg, bestelling nog maar eenmaal per dag, niet meer op maandag en op de zegel staat niet meer wat het kost; dan valt de prijsverhoging niet meer zo op, denk ik. We belden wel vaker met de kinderen maar dan wel na zevenen of met een goedkoop abonnement voor ’s avonds en in het weekend. Ik kan me niet meer heugen wanneer ik voor het laatst een persoonlijke brief heb geschreven.

En nu krijg je soms per dag van 2 of drie verschillende bezorgdiensten post en ook nog van verschillende pakket-diensten. Dan moet je wel thuis zijn of aan de weg wonen. Als je aardig bent voor de buren pakken zij het wel voor je aan. En dan zijn er nog de kranten en de reclamefolders. Gratis? Natuurlijk niet. Om te beginnen: onder een bepaald bedrag betaal je portokosten tussen de 3 en 5 euro. De retourzendingen zijn wel gratis, maar dan moet je wel naar een inleverpunt. Lopend of met de fiets kost dat niet veel maar als je de auto neemt loopt dat snel op.

Zijn we nu verstoken van communicatie? Integendeel: sinds we een smartphone hebben appen we dagelijks, krijgen we direct foto’s of video’s van de laatste vorderingen van de kleinkinderen, spelen Wordfeud (scrabble) op afstand en skypen we met de familie aan de andere kant van de wereld.

Tel je alle kosten van telefonie, internet, extra verzendkosten en autoritten op, dan besteden we gewoon veel meer aan communicatie dan vroeger. Maar het is wel leuker en makkelijker, of niet? Ik geniet van elke video van mijn kleinkind en elk spelletje met mijn dochter. Is het niet anders dan wat vroeger gewoon “babbelen” was? De wereld op buurtniveau: gewoon vragen naar het weer, even bijkletsen, de gezamenlijke wereld in stand houden door elk uur te luisteren naar de nieuwsberichten. Vroeger hoorden daar ’s morgens ook de waterstanden bij. En je wist wanneer het veer Kruiningen-Perkpolder gestremd was. Leuk hè, ook al deed je er niets mee. Je kende de stuwen in Nederland, de prijzen van het varkensvlees en later de prijs van de rode libanon.

Met Kerst stuur en krijg ik toch nog het liefst een kaartje; bij overlijden ook. Maar er gaat niets boven gewoon even bijkletsen.
Wanneer gaan we weer even bij Henk en Toos, of bij Henk en Ingrid langs?

Evert Ruiter

BOOS!

Bent u ook boos? Ja, niet zomaar boos dat de krant er vandaag niet is bijvoorbeeld, of dat de energienota een beetje tegenvalt. Echt boos! Dat de politiek de ouderen pakt, bijvoorbeeld. En dat de bushalte voor de deur is opgeheven. En dat je pensioen komend jaar weer niet wordt geïndexeerd. En dat de hard werkende Nederlander nog langer moet werken voor zij van haar welverdiende AOW mag genieten. Ja, u las "hij", want dat zeggen politici altijd.

Ik mag niet klagen want ik ben een echte babyboomer uit 1946. Ik dacht op m'n dertigste nog dat ik maar drie verzekeringen nodig had: een WA-verzekering, een ziektekostenverzekering en een brand-inboedelverzekering. Een autoverzekering had ik niet nodig want ik had geen auto. Werkeloosheid, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit? Voor de rest zorgde de staat. En als ik niet genoeg verdiende werd mijn studieschuld toch kwijtgescholden. Ik leefde toen nog op meubels van sinaasappelkistjes en als het echt moet, kan ik dat weer, houd ik mezelf voor.

Sinds Fortuin lijkt het wel of je zo nu en dan echt boos moet worden om je serieus genomen te voelen, of tenminste jezelf serieus te nemen. Samen boos worden is natuurlijk veel leuker.
Ja, laatst was ik echt boos, tegen mijn vrouw, maar ik weet niet of dat wel telt. Het voelde wel lekker. Ik weet niet meer waar het over ging maar kennelijk luchtte het wel op. Dat je relatie er niet beter op wordt en we samen onze welvaart een spaak in de wielen steken dat is natuurlijk gezeur van ouwe mannen die de wijsneus uithangen.
Kom, laten we op 50+ gaan stemmen. Henk Krol is toch een toffe peer die het allemaal goed kan vertellen. En een eerlijk mens ook. Of Geert Wilders, ook zo'n man die tenminste weet hoe de wereld echt in elkaar zit. Dat Trump de volgende president wordt van de VS is toch een godsgeschenk, nietwaar? Je ziet maar: als je echt boos wordt gebeurt er tenminste wat.
Eerlijk gezegd ben ik er niet helemaal gerust op dat het met deze mensen aan het roer wel zo goed afloopt met onze welvaart en de wereldvrede. De waarheid is in elk geval al gesneuveld.

Uit mijn kortstondige periode als actieve politicus weet ik dat je nooit iets moet beloven, maar wel aangeven welke kant het volgens jou op moet. Dat je je tegenspraak moet accepteren en zelfs moet organiseren omdat het beter is voor de samenleving. Dan moet je natuurlijk wel kunnen luisteren en compromissen sluiten. Dat is niet groots en meeslepend en zelfs misschien wat teleurstellend, maar daarvoor hebben we nog de sport en spannende films op tv. Samen juichen, samen huilen.

En nu gewoon maar even bellen of de krant vandaag nog bezorgd kan worden.

Evert Ruiter 


Big Data

Bij ons thuis zat de deur meestal niet op slot. Mijn moeder zei wel eens: “Als er inbrekers komen, help ik mee zoeken.” Maar als we op vakantie gingen, deed ze wel degelijk de deur op slot en ging het touwtje uit de brievenbus.

Maar hoe zit dat nu met onze ingang tot internet? Moeten we bang zijn voor het leegroven van je bankrekening of zelfs identiteitsfraude zodra je gaat internetten? Als het goed is heeft die handige schoondochter je al geholpen met een deugdelijke firewall en antivirusprogramma. En je herkent “phishing-mail”.

Geniepiger is eigenlijk de verzameling van allerlei informatie over ons door overheden en bedrijven. We noemen dat “Big Data”, al die sporen die we achterlaten door betalen met een bankpas, parkeren met een app, over een snelweg rijden met cameratoezicht, foto’s uitwisselen op facebook, klasgenoten opzoeken op internet, korting halen met een klantenkaart en noem maar op. De vraag is: wie verzamelt ze, wie verhandelt ze, en wie maakt er gebruik van?

De huidige overheid vertrouwen we redelijk en verwijten we voornamelijk onhandigheid en slordigheid. Vijf jaar na invoering hadden de meeste gemeenten de controle op het gebruik van de gekoppelde gegevens van de basisadministratie, persoonsgegevens, gegevens van uitkeringsinstanties, belastingdienst etc. nog niet op orde. Een aannemer met een neef op het gemeentehuis kon vrij makkelijk achterhalen of zijn zakenrelatie betrouwbaar en financieel solide was. En voor een crimineel bleek een relatie met een politieagent van onschatbare waarde.
Soms zijn we banger voor een overheid die ons beschermt dan voor gewiekste / criminele zakenlui die met onze persoonlijke gegevens dingen doen die we niet willen en niet weten. De overheid kan ons pakken en beboeten terwijl Super en Hyper ons gratis leuke dingen en gezellige contacten aanbieden. Filmpjes kijken op YouTube is toch làchen!

Een overheid die steeds meer mensen indeelt in risicogroepen, of het nu over darmkanker gaat of over interesse voor explosieven, zal steeds meer vrijheden inperken om ziektes te voorkomen en risico’s te beperken. Risicopreventie leidt tot steeds meer regels en dus meer overtredingen. Om met Piet Vroon te spreken: “Hoe meer regels, hoe meer vlegels”. Heeft u al eens gemerkt dat de tweede keer dat u een goedkope vliegreis opzocht deze al een stuk duurder was, en dat u kort daarna ongevraagd advertenties in uw e-mail kreeg over vakanties naar de bestemming die u had opgezocht met Google?

Moeten we nu achterdochtig en angstvallig worden zodra we fysiek of virtueel de deur uit gaan?
Ach, een Arabisch spreekwoord zegt: “Vertrouw op God, maar zet je kameel op slot”. In ons geval: je auto én je computer.

Evert Ruiter, Ubbergen september 2016


Uw leeftijd is geld waard!!

Ik zat eens in een politiek forum in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in een zaal vol leden van ouderenbonden. De gespreksleider had een aantal vragen voorbereid en één daarvan was: “Wat is volgens u een senior”? Al voordat ik had kunnen beginnen met: “Je bent zo oud als je je voelt”, werd dat antwoord als flauw en ontwijkend bestempeld. We moesten een leeftijd noemen. In mijn naïviteit zei ik dus “67, want dat is de leeftijd waarop we straks met pensioen gaan”. Fout! Het juiste antwoord was eigenlijk 50, maar 55 kon er mee door. Ik had de clou gemist; het ging om de leeftijd waarop deelnemers of leden meetelden voor de subsidie van de gemeente. Ik pruttelde nog wat tegen dat misschien het inkomen ook een rol zou moeten spelen en of je subsidie wel nodig had, maar volgens mij had ik het die avond bij de aanwezige ouderen helemaal verbruid. Mijn tegenstanders in het debat gooiden hoge ogen met lage leeftijden; tenslotte hadden verenigingen vitale leden nodig om goed te kunnen draaien!

Vanaf dat moment ging ik letten op situaties waarin je leeftijd geld waard was. Bij de aankoop van een bril, bij de aankoop van een relaxstoel, bij gebruik van het openbaar vervoer, bij aanschaf van een bed, bij deelname aan lokale verenigingen, noem maar op. De leeftijdskorting voor je klassieke auto gaat er helaas af.

Ja, ik zit nu ook op bejaardengym. Het heet natuurlijk “fitness voor senioren” en jawel: leeftijdskorting in de vorm van gemeentelijke subsidie per deelnemer vanaf 55 jaar.

Nu ben ik mijn leven lang gewend mijn hobby’s zelf te betalen en dat lijkt me ook normaal. Het lijkt me tenminste een goed principe dat elke volwassene zijn eigen broek ophoudt en pas geholpen wordt door de gemeenschap als je het zelf (even) niet meer kan al dan niet met behulp van je naasten. Nou, dat lijkt toch iets lastiger in de praktijk dan ik dacht. Want wat te doen als je geen hulp uit jouw omgeving kan krijgen? De kinderen hebben een drukke baan en wonen ver weg.
En hoe hulpbehoevend moet je zijn om een beroep te mogen doen op de overheid? U weet hoe lastig en gênant soms de indicatiestelling is. En waarom zouden we voetballen subsidiëren en paardrijden niet?

Even dacht ik het te snappen: in de commerciële sector gaat het gewoon om een lokkertje: vandaag is het seniorenkorting en morgen is het korting voor jongeren of vrouwen. Als de groep, het marktsegment, maar groot genoeg is. In de hulp en dienstverlening gaat het om preventie ofwel: voorkomen is beter dan genezen. Bij verzekeringen is het soms net omgekeerd: jongeren zijn goedkoper uit dan ouderen. Het risico op een zwangerschap is bij mannen nul. Hier gaat het dus om risico-inschatting tegenover solidariteit. Daar wil ik het een andere keer over hebben.
Uiteindelijk besparen we geld als we mensen zo lang mogelijk gezond houden, tijdig screenen op darmkanker, op soa’s, op gaatjes in het gebit, alcohol verbieden, fietshelmen verplichten en behandeling weigeren als je niet gezond leeft.

Helaas, de belangrijkste factoren voor een financieel zorgeloze oude dag zitten niet in de oude dag zelf maar het werkzame leven ervoor. Toen ongezond werk, nu pech; toen niet genoeg verdiend of gespaard, dan nu pech.
Gemiddeld krijgt een oudere die gewerkt heeft er pensioen van € 750 bij op z’n AOW.
U weet zelf dat er dus heel wat ouderen uit de boot vallen en de subsidies en kortingen hard nodig hebben. En o wee als je elkaar helpt door samen te gaan wonen. Dat wordt een ongewenste korting!
Als je me op m’n verjaardag vraagt hou oud ik ben geworden zeg ik: “Ik wordt niet ouder, ik neem toe in waarde.” En voorlopig blijf ik op koopjes jagen en gesubsidieerd sporten.

Evert Ruiter

Mijn vrouw is dol op tuinieren,

en ik kan er uren naar kijken. Niet alleen omdat ik mijn vrouw nog steeds aantrekkelijk vind maar tuinarbeid heeft ook iets rustgevends.

U kent wellicht de cartoon van Peter van Straaten waarop je een oudere man verbijsterd tegen zijn vrouw, die op haar knieën tussen de plantjes bezig is, zegt: “ik dacht dat we het kalmer aan zouden doen.” Hij is net opgestaan uit zijn tuinstoel en heeft een boek in z’n hand.

Nu houd ik dat nooit lang vol, blijven kijken bedoel ik. Daar zorgt mijn vrouw wel voor.
“Nu je er toch staat, kan je even …. “ en voor ik het weet sta ik ook gebogen zevenblad uit te trekken of brandnetels en bramen. Die zorgen er samen voor dat onze tuin nooit af is. Nu ligt dat ook wel aan de omvang van de tuin: toch zeker vijf maal de oppervlakte van ons huis. En dan heb ik het alleen over wat we “tuin” noemen, en niet de wildernis erom heen.
Nu houd ik mezelf voor dat ik eerder een denker ben dan een doener. Plannetje bedacht, plannetje klaar. Dromer, zal je bedoelen; (ja, kent u ook de vier typen van leerstijlen van Kolb: denker, dromer, doener en beslisser?). En dat dromen leidt er op mijn leeftijd makkelijk toe dat je wat somber wordt. Dat vind ik zelf niet, maar als ik zit te denken, dan staat mijn gezicht volgend mijn omgeving op chagrijn. De remedie is dan: in beweging komen. Dat heb ik uit betrouwbare bron van psychologen en agogen. Somberheid en depressiviteit kan je het best bestrijden door te bewegen. Ga lopen, joggen, wandelen al dan niet met die malle stokken. Dan maak je vanzelf stofjes aan in de hersenen die je een prettig gevoel geven. Het zwarte gat van na je pensionering wordt vanzelf een stralende hemel, een prachtig vergezicht, vrijheid, een bloementuin … en voor je het weet ben je met plezier aan het tuinieren.
En het is waar: een tuin geeft structuur. Je moet zaaien, planten, snoeien, oogsten, het gras maaien, allemaal zaken die planning vragen en er voor zorgen dat er structuur en perspectief in je leven zit.
Een goede opvoeding is gebaseerd op reinheid, rust en regelmaat. Een goede oude dag ook?

Mijn schoonvader is onlangs overleden; hij was 96 en altijd druk met puzzelen, commentaar geven op de politiek én met tuinieren. Die eerste twee deel ik met hem maar dat tuinieren is toch meer een voorwaarde voor het echte geluk: in een tuinstoel onder de parasol genieten van een boek, een krant en een lekker drankje. Daar heb je dan wel een tuin voor nodig, of een balkon of een terras. En laten die laatste twee nu véél minder onderhoud vergen.
Intussen heb ik tijd om na te denken over zwarte gaten en betekenisvolle dingen doen.


Evert Ruiter
Ubbergen, juni 2016