Waarschuwing vooraf: Deze column wordt niet zwaar, maar is wel uit het leven gegrepen.
In onze vriendenkring krijgen wij tegenwoordig twee soorten uitnodigingen. Óf we worden van harte uitgenodigd om een bijzondere dag mee te vieren. Dit kan gaan over een vijftig- of zestigjarig huwelijksfeest, of om de leeftijd van 80 of 85 jaar (of jonger of ouder) mee te komen vieren. Meestal vinden deze feesten op een mooie locatie plaats. Soms op eigen terrein met een heerlijke catering. Het meest recente feest was aan huis georganiseerd, omringd door een riante tuin. Het was bloedheet. Dit extreme weer lijkt tegenwoordig trouwens meer gewoon dan bijzonder te zijn. Bij de ontvangst werd ons uit voorzorg een waaiertje gegeven. Dit gaf bij tijd en wijle zeker verkoeling. De stemming is heerlijk ontspannen en het jubilerend echtpaar, samen met hun kinderen en kleinkinderen, genieten zichtbaar van de warme(!) sfeer om hen heen.
Óf we ontvangen een ander soort uitnodiging. Een met een totaal andere lading. We krijgen ze helaas steeds vaker. Deze invitaties om de uitvaart bij te wonen roepen hele andere emoties op. Afscheid, rouw, terugkijken met verdriet en geschoktheid. We zijn samen met de nabestaanden en nemen afscheid. Er is steeds meer wat niet meer is. Dit is een samenzijn waarbij we vaak ook met dankbaarheid terugkijken op het leven van een waardevol mens.
In onze gesprekken met vrienden hebben we het ongemerkt en nog wat terughoudend al meer over wat als…en waar… Steeds vaker komt de begrafenis op een natuurbegraafplaats als mogelijkheid, voorzichtig naar voren. De generatie onder ons heeft immers niet zoveel met bezoeken van graven. En misschien helpen we via de natuurbegrafenis ook de natuur.
Op een mooie zondag besloten we er een te bezoeken. Een natuurbegraafplaats. Wat onhandig, besmuikt, nieuwsgierig betraden we het landgoed. Hoe gaat dit voelen, deze confrontatie.
Al zwervend over het terrein kregen we plotseling te maken met een verschrikkelijk regenbui. Symbolisch?
Doornat, maar toch tevreden dat we deze stap gezet hebben: voorzichtig oriënterend op iets wat toch onontkoombaar is, vertrokken we naar huis. Nadenkend, maar vooralsnog vitaal en springlevend (nou ja…).
Loes Jap-Tjong Appeltern, augustus 2026
Meer columns