Er is geen gebruiker ingelogd

Column Joke Stoffelen

Eén jaar Wmo2015: tijd voor transformatie mét burgers


De gemeenten zijn nog bezig met ‘na-ijl’-werk: er moet nog van alles geregeld worden rondom de transitie van wetten. Vertrouwenspersoonfuncties moeten nog vorm krijgen; over het wel of niet aanstellen van ombudspersonen wordt nagedacht; dagbesteding is ingekocht maar over een goed kader wordt nog gestoeid. Zo zijn er tal van zaken die nog geregeld moeten worden. Daarnaast komen de herindicaties er al weer aan. En er is ook nog de vraag: wat doen we met burgerparticipatie?

Wat merken burgers?

Burgers krijgen te maken met gemeenten die hen soms praktisch advies geven om meer zelf redzaam te zijn. Zo geeft de gemeente Groningen burgers tips die weer leiden tot hilariteit en afkeuring. "Gebruik een vieze onderbroek voor het aanrecht. Dat scheelt was," zo luidt een cynisch commentaar. Burgers zijn ontevreden over het keukentafel gesprek of juist het ontbreken daarvan en spannen juridische procedures aan. En daar verdienen anderen weer een belegde boterham aan.



Maar wat is er nu echt veranderd? De wijkteams stoeien nog volop met hun werkwijze en de huisartsen maken zich daar weer zorgen over omdat zij een toeloop krijgen van gezinnen met problemen. En de andere takken van sport? Soms lijkt het nieuwe wijn in oude zakken. Wordt er nu echt anders en meer vraaggericht gewerkt? De burgers hebben nog steeds weinig zeggenschap bijvoorbeeld over wat er in hun wijk wordt ingezet aan professionals.


Transformatie door tegendenkers

Ik maak mij er zorgen over dat het ‘kussen wordt opgeschud’ en dat straks veel bij het oude lijkt te zijn gebleven. Daarom pleit ik voor transformatie: échte verandering. En dat kan alleen als je de mensen om wie het gaat, de burgers, nauw betrekt. De vraag voor een gemeente moet niet zijn hoeveel zorg is ingekocht maar hoeveel problemen en knelpunten van burgers zijn opgelost. Daar kunnen professionals een belangrijke rol in spelen, maar niet alleen zij. Echte veranderingen vragen om tégendenkers. Geen klankbordgroep met méédenkers maar kritische tégendenkers vanuit de hele samenleving: burgers, ondernemers, wetenschappers, professionals, kunstenaars, jongeren en ouderen én vele anderen. Samen vormen deze gemeenschapskracht. Alleen dan kom je tot andere oplossingen en anders denken. De eerste stappen voor een echte transformatie.










Aan de slag!

Ouderen halen regelmatig de voorpagina’s van de kranten. Aan de ene kant lijkt het alsof ouderen potverteerders zijn: goed in de ‘slappe was’; vermaken zich met dagtochtjes en drinken een beetje te veel. Aan de andere kant schreeuwen de krantenkoppen over onveiligheid, eenzaamheid (“…lag maanden dood in huis…”) en te lang worden doorbehandeld in het ziekenhuis. De werkelijkheid is natuurlijk veel genuanceerder. Het Nationaal Ouderenfonds geeft de feiten en cijfers weer. Meer dan 17 procent van de bevolking is 65+; het gaat om zo’n 2 miljoen huishoudens en deze groep wordt steeds groter. Er zijn problemen met eenzaamheid (200.000 ouderen zijn extreem eenzaam); gevoelens van onveiligheid en overbelaste mantelzorgers. Anderzijds zijn er veel vitale actieve ouderen.

Ondanks de feiten en cijfers is de publieke opinie duidelijk in haar mening over ouderen. Helaas een weinig positief beeld. De items zijn in 2015: voltooid leven, te weinig zorg thuis, eenzaamheid. “In het publieke debat wordt voltooid leven gezien als een voldongen feit, waar we een regeling voor moeten treffen”, “Duizenden ouderen willen betalen voor gezelschap” of “Van Rijn: deze week om tafel over ouderen” (het betreft dan ouderen die te lang in het ziekenhuis liggen). Of ze zeuren te veel en kosten een hoop; of ze kampen met ‘vervelende’ problemen als eenzaamheid en depressiviteit. Het klinkt allemaal niet hip, energiek en enthousiast.

Het is even zoeken maar men vindt gelukkig ook positieve berichten over ouderen: de ‘zilveren economie’, ‘active ageing’ en ‘sociaal kapitaal’. Daarbij is er aandacht voor de waarde van ouderen in de samenleving. Veel ouderen zijn actief in politieke- of vrijwilligersorganisaties, en of als mantelzorger. Ook hebben veel ouderen de zorg voor de kleinkinderen. En ouderen beschikken natuurlijk over levenservaring en ‘oral history’.

Als het over ouderen gaat, pleit ik graag voor een drietal aandachtspunten:
1. Positieve aandacht
Meer aandacht voor de positieve aspecten van ouderen en de bijzondere waarde van ouderen voor onze samenleving, is nodig. Hierin zouden de ouderen zelf het voortouw moeten nemen en hun plek ‘terug’ veroveren in de samenleving. Een mooi voorbeeld is het Doelgroep panel van het Netwerk 100 in de regio Nijmegen. Zij beslissen welke onderzoeksprojecten wel of niet uitgevoerd worden.
2. Aandacht voor ‘bijzondere’ ouderen
Ouderen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek krijgen vaak niet de zorg en ondersteuning die nodig is. Professionals werken op eilandjes en zouden veel meer moeten samenwerken en leren van elkaar. Ouderenbonden zouden kunnen samenwerken met andere belangenorganisaties omdat het gaat over bijzondere ouderen die op vele fronten tussen ‘wal en schip’ vallen.
3. Samen met andere generaties
We kunnen leren van projecten bij onze Oosterburen waarin ‘Mehrgenerationenhäuser’ met overheidssteun verschillende problemen oplossen: kinderopvang, ouderenzorg en eenzaamheidsproblematiek. Zorgbelang Gelderland heeft met het project ‘Participatie tussen generaties’ gewerkt aan verbinding tussen generaties waardoor zij met elkaar in contact komen en een positief beeld over elkaar kunnen ontwikkelen.

Om kort te zijn: er liggen nog tal van ‘uitdagingen’ voor ouderen en hun organisaties om het soms negatieve beeld om te vormen tot een positief beeld. Dat is ook nodig. We kunnen het ons als samenleving niet veroorloven om een groot deel van de bevolking weg te zetten als ‘zeurders’, ‘potverteerders’ of ‘euthanasie-rijp’. Laten we samen aan de slag gaan!

Logo Zorgbelang Gelderland






Foto Joke Stoffelen