Er is geen gebruiker ingelogd

Clara de Groen
LACHEN BEVRIJDT

Een verhoogde bloeddruk. U kent dat misschien wel. De verpleegkundige van het huisartsencentrum stelt voor dat ik een medische check up laat doen. Ze noemt het met een lach een jaarlijkse APK.
Met een formulier, een plastic potje en een heleboel gemengde gevoelens ga ik vervolgens de deur uit.
Toen ik een paar jaar geleden een verhoogde bloeddruk had, zei niemand dat ik een check up nodig had. Maar als je zestig bent geweest, ben je klaarblijkelijk te vergelijken met een oude auto die een risico op de weg is.
Bang geworden ging ik vervolgens braaf naar de prikpost. Daar stond een hele rij voor mij.

Een APK voor zestigplussers. Wie heeft dat bedacht? Huisartsen? Verpleegkundigen?
Ikzelf niet in ieder geval, maar de rekening mag ik wel betalen. Ruim veertig euro.
Ping. Kassa. Afrekenen graag mevrouw.

Bij navraag in mijn omgeving blijkt bijna iedereen een jaarlijkse check up te doen. Als ik vraag waarom ze dit doen, krijg ik allerlei antwoorden:
“Mijn huisarts stelde het voor.”
Of: “Het kan toch geen kwaad?”
Kan het echt geen kwaad? Nee, de APK zelf niet, al zet ik mijn vraagtekens bij een automatische jaarlijkse check up. Wat zeker wel kwaad kan, is de manier waarop er naar zestigplussers wordt gekeken. Wie na zijn zestigste automatisch wordt behandeld als een wandelende risicofactor gaat na verloop van tijd misschien wel denken dat hij dit ook echt is.
Je wordt bang. Je gaat je lichaam wantrouwen, terwijl er misschien helemaal niets aan de hand is. Wie is daarmee gediend? Zeker niet de zestiger die voor de uitdaging van een nieuwe levensfase staat en graag gezond oud wil worden.

Tijdens het gesprek met de verpleegkundige was ook de toon waarop ik werd aangesproken heel onprettig. Alsof ik een onmondig kind was. U moet dit en u heeft dat nog niet gedaan. Ik zal u een foldertje meegeven. Alsof ik vergeten was toestemming te geven voor het delen van mijn medische gegevens met de huisartsenpost, terwijl dit een bewuste keuze was. Maar, overdonderd als ik was, hield ik mijn mond.
In mezelf hoorde ik echter een klein stemmetje ‘help, help’ roepen. Ben ik ontsnapt aan een jeugd waarin ik als kind niets in te brengen had, dan word ik zo maar even teruggedrukt in de rol van onmondig kind.
Als dit mijn toekomst wordt, weet ik niet of ik dit leuk ga vinden. Mijn vriendinnen zeggen allemaal dit soort ervaringen te herkennen, maar ‘ik moet me er vooral niet druk over maken’. Maar dat doe ik wel. Ik voel me verantwoordelijk voor mezelf en zo wil ik behandeld worden. Alleen ikzelf weet wat goed voor mij is.

Ten slotte probeer ik in het gesprek met de verpleegkundige het rollenspel te doorbreken waarin we allebei gevangen zitten. Als het onderwerp leeftijd ter sprake komt, vraag ik haar of ze al weet dat vijftig het nieuwe dertig is en zestig dus het nieuwe veertig! Bevrijd lachend nemen we afscheid.

Clara de Groen / 4 maart 2015