Er is geen gebruiker ingelogd

Column Loes Jap-Tjong

Verwarring

Onlangs las ik in een column (Trouw 26-01-2019) de term ‘woedezoeker’. Een Amerikaanse auteur bedoelde hiermee: ‘mensen die voortdurend op zoek zijn naar informatie waardoor zij zich beledigd kunnen voelen - waaraan ze aanstoot kunnen nemen. Het kunnen hele of halve waarheden zijn, het doet er niet toe als je je maar gegriefd voelt………….’

Een aantal keren heb ik me groen en blauw geërgerd aan uitspraken van politieke kopstukken waaronder ‘onze’ premier: ‘Witte wijn sippende elite uit Amsterdam’, ‘Als je je niet aanpast aan onze normen en waarden dan heb je hier niks te zoeken dan pleur je maar op ‘, over relschoppers die zich tijdens oud en nieuw misdroegen: ‘Het liefst had ik ze zelf in elkaar geslagen’. Uitspraken die voor mij niet getuigen van moreel gezag of wijsheid die je van een minister president zou kunnen verwachten.

Hier lijkt verkiezingsretoriek boven waarden en normen te gaan. Met deze wijze van reageren lijken we in ons land af te glijden naar een populistische zienswijze aansluitend bij de veronderstelde ‘Boze witte man’ denkwijze. (zijn ‘Boze witte vrouwen’ niet relevant?)

Misschien ben ik ouderwets, zijn mijn waarden en normen uit de tijd. Tegenwoordig lijkt alles gezegd te kunnen worden, ook met modder gooien onder mom van vrijheid van meningsuiting. Ook ik vind vanuit mijn eigen bubbel allerlei elementen waarop ik mijn verontwaardiging kan richten.

Ben ik dan een woedezoeker of verward en oprecht boos/gekwetst door het fenomeen van uitsluiten van mensen/groepen. Ruwe, negatieve bejegening van ‘bijzondere’ medeburgers.
Arnon Grunberg (Trouw 2-2-2019) haalt Carl Schmitt aan die stelt: ‘respecteer de ander, je hoeft de ander geen slecht mens te vinden al ben je tegen hem/haar. Je kunt je respect voor de ander houden, je hoeft niet met haar/hem eens te zijn’.

Absoluut niet eens met Trump, hem respecteren?

Mogelijk zijn respect voor de ander, bij jezelf op socratische wijze*) te rade gaan over je vooroordelen, je meningen, uit je eigen bubbel komen en rust, de ingrediënten om in mindere mate een woedezoeker te zijn/worden.

Ik moest ook denken aan een tegeltjeswijsheid ’Verbeter de wereld en begin bij je zelf’.
Wel moeilijk soms en kost soms veel werk!

Loes Jap-Tjong. Februari 2019.

*) Socratische wijze van bevragen: De Griekse filosoof Socrates heeft tweeduizend jaar geleden al laten zien dat de belangrijkste stap voor het oplossen van een probleem is: het stellen van de juiste vragen. Lastig aan de socratische methode is dat deze van langzaam denken uitgaat en veel tijd kost.

Decembermaand

Vorig jaar, kort na de zomer kwam ik haar tegen. Ik spreek haar een paar maal per jaar.
Ik ken haar de laatste jaren niet anders dan lichtelijk depressief en dat heeft zich vastgezet in haar gezichtsuitdrukking.

Ze is somber, tikkeltje slachtofferig, maar met reële relatieproblemen die zwaar op haar en haar gezin drukken.
Ik kwam haar dus in die nazomer tegen. Ik liep haar voorbij en zij riep “Hoi!” Toen zag ik het; een stralende vrouw, met een open gezicht. vlotter gekleed. Ze begroette mij heel opgewekt.
En vertelde dat in de zomer de kogel door de kerk was gegaan. Hoewel haar gezin uit elkaar gevallen is, is er toch veel lucht en opluchting daarvoor in de plaats gekomen. Ik moest even wennen; was zij dezelfde persoon die altijd wat somber in het leven stond? Ja dus. Ze was vol toekomstplannen en vertelde daar vol vuur over.

Later in het jaar, in november, zag ik haar weer. Opnieuw zag ik het sombere in haar gezicht, de zon was er al weer uit weg getrokken.
“Ja,” zei ze, “ik heb weer een terugval. Wij, mijn twee kinderen en ik, worden ontzettend geconfronteerd door de foto’s in de tijdschriften, tv spotjes en andere advertenties waarin gelukkige (twee/drie generatie) gezinnen stralend om de open haard zitten. Enthousiast cadeaus uitpakken. Samen in een vrolijke sfeer (en altijd well to do) de feestdagen tegemoet zien en deze dagen samen vieren.”
“Ík”, zei ze “vier mijn kerstmis gedeeltelijk alleen. De kinderen zijn ook bij hem en ik heb geen geld voor glamour en glitter. Ik probeer me niet te vergelijken met al die mooie verhalen en plaatjes. Maar toch het maakt me zo eenzaam, blijkbaar doe ik als alleenstaande in het sociale gebeuren niet meer mee. Al die 'gelukkige’ foto’s, ik word er zo verdrietig van.”

Ik had niet direct woorden van troost. Ik vroeg me plotseling af hoeveel landgenoten, jong en oud, zullen ook last hebben van al die sfeermakers waar zij niet precies in passen?

Voor iedereen, samen of alleen, een goed kerstfeest en gelukkig 2019!

Loes Jap-Tjong, november 2018.

Out-of-the-box

We waren op weg naar Rotterdam, naar de Kunsthal. Op de tv had ik een interview gezien over een expositie die we beiden interessant vonden. Tijdens de rit werd ik wat onrustig. Had niet meer gecheckt of de betreffende tentoonstelling nu nog te bezichtigen zou zijn. Mijn onrust klopte. De tentoonstelling was 2 jaar geleden te zien geweest!
Mijn echtgenoot zei: ‘Had je dat niet eerder kunnen checken’? Dat denkt u natuurlijk ook…

We gingen een dagje uit en vervolgden onze weg. In de kunsthal liepen we de overzichtstentoonstelling van het mode ontwerpersduo Victor & Rolf binnen. Ze zijn al 25 jaar toonaangevende ontwerpers van theatrale modeshows.
In de ‘kantine’ viel ons op hoeveel ouderen (grijze ‘koppen’) er rondliepen. Even flitste de gedachte door me heen: nieuwe kerkgang? Gelukkig zijn er ook vele jonge koppels met kleine kinderen die onbekommerd en vrolijk door de zaal lopen. Vroeg geleerd is oud gedaan…

Ik moest wennen aan de kleding die te bezichtigen was. Het was soms vreemd en veraf van wat ik zelf draag of draagbaar vind. Maar allengs kreeg ik steeds meer bewondering voor de creatieve geest en de out-of-the-box creaties van beide modeontwerpers. Niets was gewoon, er zat altijd een twist in die je verraste. Een hele modeshow in het zwart, een knal rode jurk met grote happen eruit, jurken gebaseerd op Volendamse klederdracht met bijzondere accenten. Ondraagbaar dat wel.

Zeker wel draagbaar was de trouwjurk van Mabel van Oranje. Mooi wit met vele strikjes erop. Naast deze jurk stond de zwarte jurk met grote witte mouw die ze droeg op de begrafenis van Friso. Ik werd er stil van. Begin en einde zo dicht bij elkaar.

Verderop viel een reeks van acht jurken mij op. Van een simpel dun jurkje tot een enorme mantel. Iedere modeontwerper maakt een happening van zijn jaarlijkse modeshow. Zo heette de (zie foto) kledingpresentatie ‘Russian Doll show’ (1999). Victor & Rolf lieten op de video zien hoe zij uitgingen van één mannequin. Eén tengere jonge vrouw. Ze begon met het dunne jurkje. Vervolgens werd ze iedere keer een nieuwe jurk of jas omgehangen. Perfect passend op de vorige. Dit ging dus zeven keer door. Al met al kreeg ze 70 kg kleding omgehangen en zei ze later: ’Ik viel bijna flauw zo zwaar was het’. Deze performance verraste me, boeide me. Eén persoon bekleed met zoveel verschillende outfits.

Plots kreeg ik de associatie met zoals het meestal in je leven gaat: je wordt naakt geboren en krijgt de eerste kleding aan. Vervolgens wordt er door omstandigheden, verplichting, opvoeding, werk, partner, kinderen steeds iets om je heen gehangen. Voor sommigen kan de last zo zwaar worden dat ze er bijna onder bezwijken. Je dreigt soms de lichtheid kwijt te raken van wie je in het begin was.

Andersom zou je ook kunnen zien dat hoe ouder je wordt hoe meer ‘kleding’ (patronen, verwachtingen) je durft en kunt afleggen zodat je uiteindelijk weer bij je essentie uit komt. Want ‘wie niet wordt als kinderen……….’*).

Een beetje bedachtzaam liep ik de tentoonstelling uit en vroeg me af of creativiteit samenhangt met out-of-the-box denken, nieuwe wegen zoeken. Denk aan van Gogh en vele andere kunstenaars die een nieuwe kijk durfden toe te laten en uit te voeren. Misschien is het in deze tijd wel een gebrek aan dit talent doordat we bezwijken onder de (des) informatielast die we van alle kanten krijgen.

Samen met mijn echtgenoot stak ik over naar het natuurhistorisch museum waar hij met meer belangstelling het tentoongestelde bekeek dan de out-of-the-box collectie van Victor & Rolf en ik wat bleef na pruttelen.

Loes Jap-Tjong, 27 september 2018.
*) Matheus 18; 2-4

De tuin der lusten

Jheronimus Bosch schilderde in de periode 1480-1490 ‘De Tuin Der Lusten’. Dit prachtige schilderij – een drieluik – is één van de topstukken dat een aantal jaren geleden te zien was in het Stedelijk Museum in Den Bosch.

Het schilderij*) laat via vele (kleine) taferelen de zondeval en verdrijving uit het paradijs zien. Het is een prachtig geschilderd doek. Eigenlijk een stripverhaal ‘avant la lettre’. Boeiend. Je raakt niet uitgekeken. Telkens ontdek je ergens op het schilderij weer een nieuwe voorstelling van een ondeugd. Het wordt op een bijna duivelse manier verbeeld. Subliem geschilderd en mooi van kleur.
Ik moest de laatste tijd aan dit schilderij maar vooral aan de titel van dit schilderij denken.

In het vroege voorjaar is onze tuin grondig veranderd. Bomen gekapt, hagen tot op de bot terug gesnoeid, hagen gerooid. Kortom de tuin wordt stevig seniorbestendig aangepakt.
Ik keek toe met schrik in mijn hart. Wordt onze tuin verminkt of komt het goed.
Het kwam goed en hoe. In het voorjaar kwam alles weer in bloei, trok het grasveld bij en genoten we van onze ‘nieuwe’ tuin.
Maar dan. Onze buxusbollen, onze haagjes rond de perken gingen er steeds slechter uitzien. Was het de droogte? Gebrek aan water? Het waren toch niet die akelige rupsen die zich nestelden en die zorgden door hun vraatlust voor het doodgaan van de buxus. We konden het niet geloven.

Onze twee grootste buxus bollen hebben we al meer dan 25 jaar. Ze zijn indertijd mee verhuisd uit onze vorige tuin. Ze staan in het zichtveld vanuit onze zitkamer en maakten soms de indruk ‘wachters’ van onze tuin te zijn.
Groen, bruin, steeds geler en verdort. Het effect van de talrijke rupsen. Nee absoluut geen vergif in onze tuin. Wel probeert mijn echtgenoot handmatig de rupsen te vangen en te vernietigen. Tenslotte moet hij toegeven dat dat een onbegonnen werk is.
De rupsen verlustigen zich naar hartenlust in de buxusbollen en buxushagen, vermenigvuldigen zich schaamteloos. Voor hen is de buxus absoluut een lust object. De tuin verpietert zienderogen door de rupsen en de voortdurende droogte. Onze tuin der lusten is grotendeels uit het paradijs verdreven en wij ook. Waar wij in het voorjaar een groep gasten trots rondleidden, kijken we nu met lede ogen naar de ravage door de buxusmotten aangericht hebben.

De enige troost is dat er weer een nieuw seizoen zal komen waarbij de tuin zich – behalve de dan gerooide buxus fungerend als erfzonde – weer zal herstellen en wij weer kunnen genieten van ons paradijsje aan de dijk.

Loes Jap-Tjong

*) Bekijk de video's van dit schilderij op site van het Noord-Brabants museum.

Tsja, we hebben het geweten!

Mevrouw G., een van de meest trouwe deelnemers, was zonder afzegging niet aanwezig op de eettafel. Niemand snapte er iets van. Waar bleef ze nu? Uiteindelijk belden we haar op. Ze bleek gevallen te zijn. Eén van de vrijwilligers ging direct naar haar huis en met haar naar de dokter. Met een ingepakte neus, een blauw geworden wang kwam ze uiteindelijk toch. De zorg om haar heeft haar goed gedaan. Sociale controle, omzien naar elkaar, naast lekker eten is de kern van ons project.

Met bibbers in de benen en zenuwen in de buik opende de werkgroep Project Open Eettafel Appeltern-Altforst vijf jaar geleden haar eerste eettafel. Drie bekende dames uit onze dorpen bijgestaan door twee wethouders knipten samen het lint door.
Het was afwachten. Aan iets beginnen is niet zo moeilijk maar zou deze activiteit aanslaan? Dat was voor de maanden daarna de hamvraag. In de eerste periode nam een klein aantal gasten deel aan de door vrijwilligers verzorgde maaltijd.

Het project was gestart doordat ik een paar mensen uit het dorp vroeg of zij mee wilden denken over het opzetten van een maandelijkse eettafel. Na een aanvankelijke schroom werd de oprichtingsgroep steeds enthousiaster. Toen we ook nog een startsubsidie van de gemeente kregen in het kader van het verhogen van de leefbaarheid in de dorpen, werd de betrokkenheid om deze activiteit vorm te geven steeds groter.

Het project kreeg steeds meer enthousiaste reacties, de mond-op-mond reclame deed zijn werk. Waar we startten met ongeveer twaalf, meestal oudere deelnemers, zitten we nu regelmatig met ruim dertig deelnemers aan tafel.

De kookkunst en inzet van de koks en andere betrokken vrijwilligers die de maaltijd uitserveren zijn hartverwarmend. Dit bleek ook uit de enorme inspanning bij de organisatie van het vijfjarig jubileum. We stelden een prachtig fotoboekje samen, er waren vrijwilligers die de tafels mooi versierd hadden en de maaltijd bestond uit vijf gangen.

Naast de ‘gewone’ trouwe gasten kwamen de burgemeester die het eerste boekje in ontvangst nam, een betrokken wethouder en een beleidsmedewerker. Natuurlijk was het voornaamste dat de onze gasten genoten van deze bijzondere maaltijd en fantastische sfeer. Om hen gaat het immers.
Op naar de volgende vijf jaar!

Loes Jap-Tjong


Onze poes Moosje

Ze sprong ruim twee jaar geleden vrolijk op ons af, vol vertrouwen. Ze had een prachtige vacht. Een hele kleine lapjeskat, dus een vrouwtje. We kwamen haar tegen op een avondbijeenkomst van de cactusclub. We smolten en ’s avonds hadden we twee katten in huis. Onze oudere kater reageerde sceptisch maar wende allengs aan de strapatsen van deze jonge poes.

We maakten veel met haar mee. Ziekte, een ongepland nestje met geboorte net tijdens onze al langer geplande vakantie (we hadden gelukkig een hartelijke oppas). Vijf prachtige kittens stormden na onze reis op ons af. Wat zorgde Moosje goed voor hen. Ging bereidwillig liggen om de jonge poesjes van voeding te voorzien. Maar maakte ook zonder schuldgevoel (dacht ik) uitstapjes naar buiten om na een paar uur weer bereidwillig moeder te zijn. Ik keek er met bewondering naar.

Indertijd maakte ik mijn uitstapjes, met achterlating van de baby onder de goede zorg van mijn echtgenoot, met veel schuldgevoel. Zou het wel goed gaan, let hij wel goed op? Vol van dat soort angstige, schuldige gedachten kon ik niet genieten van het even iets voor mijzelf doen. Ik stond mijzelf nauwelijks ruimte toe voor eigen activiteiten, los van mijn baby.

De babykatjes kregen een goed huis, we lieten haar ‘helpen’ en genoten van onze twee totaal verschillende poezen.

Ik zat aan tafel, keek naar buiten en zag Moosje lekker spelen achter onze voorhaag. Zat ze achter een vliegje aan of achter een veldmuisje? Dat kon ik niet zien.

Ik liep na het eten de dijk op en daar lag ze in een plas bloed. Aangereden. Onze speelse, mooie, lieve Moos.
Ik keek in haar ogen en zag de dood.
Had geen woorden meer.

Loes Jap-Tjong


Metro en bus

Ja, ja, het was weer zover. Rome was dit keer het reisdoel. We kregen talloze adviezen over musea en bouwwerken die we echt moesten gaan bekijken. We leken de laatsten uit onze kennissenkring die deze wereldstad gingen bezoeken.

Ja, natuurlijk bezochten we de Vaticaanse musea, de St. Pieter en enfin alle andere locaties die een bezoeker (en met hen vele, vele anderen) in Rome pleegt te bezoeken. Trots was ik toen het me lukte naar de koepel van de St. Pieter te klimmen. Smalle, heel, heel hoge trappen. Ze leken eindeloos omhoog te gaan. Er ontstond als vanzelf een verbroedering met medestijgers. Onze vermoeide blikken kruisten elkaar regelmatig.

Bovengekomen hadden we als beloning een prachtig uitzicht over Rome.

Ook maakten we natuurlijk gebruik van de overvolle metro om van de ene toeristische plek naar de andere te komen. Wij konden er op een bepaald moment nog net binnen glippen. Vrijwel direct stond een jonge dame haar zitplaats aan mij af. Ik was verbaasd, geraakt en een klein beetje verontrust. Was ik dan al zo oud dat men plaats voor mij maakte…..?

Ik moest plotseling denken aan een busreis die ik regelmatig maak van Druten naar Nijmegen. Over het algemeen comfortabel en geen parkeerkosten in Nijmegen. Onlangs nam ik de bus rond 4 uur terug volledig bezet door scholieren en er was dus geen zitplaats meer over. Staan dus, niet comfortabel. In Beuningen stapte een scholier uit. Ik bewoog me in de richting van zijn zitplaats. Plots schoot een jongetje langs me heen en ging zonder blikken of blozen zitten op de opengevallen plek. Zijn smartphone verder bekijkend.

Betekent de bejegening van mij, een toch wat oudere dame in de metro en in de bus uit Nijmegen, een cultureel verschil? Heeft men in Italië meer oog voor ouderen, hen meer respecterend als gevolg van traditiegetrouw nauwer samen leven binnen de families over de generaties heen, met de Italiaanse ‘mama’ als spil van het gezin?
Voeden wij onze kinderen teveel op als prinsjes/prinsesjes als gevolg van een soort gelijkwaardige overlegcultuur?
Of had ik het toevallig goed en minder goed getroffen met mijn medepassagiers?

Overigens nam ik mijn mijmeringen op basis van deze twee situaties niet zo nauw: ik weet te weinig van de Italiaanse cultuur en echt opvoeden hoef ik al jaren niet meer!

Loes Jap-Tjong

“De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel”

Deze wijsheid verkondigde Vondel al rond 1600 en misschien heeft hij vele filosofische voorgangers. Charlotte Salomon gaf in 1942 haar werk de titel “Leben??? Oder Theater???”. Ze lijkt zich net als Vondel dezelfde vraag te stellen.
Spelen we in ons leven toneel, zijn we acteurs? Wat is eigenlijk echt leven? Deze thema’s lopen als een rode draad door haar werk.
Haar manier van schilderen, haar uitbeelding van situaties lijken op getekende toneelscripts. Haar manier van schilderen is indrukwekkend mooi.

Deze introverte Joodse jonge vrouw (1917-1943) ging vanuit Berlijn vol dreiging voor vervolging van Joden door de nazi’s naar haar grootouders in het nog niet bezette deel van Zuid-Frankrijk. In de verwachting dat ze daar veilig zou zijn. Helaas werd ze ruim een jaar later verraden en afgevoerd naar Auschwitz, vijf maanden zwanger.
Ze heeft haar gouaches in bewaring gegeven en pas in 1971 kwamen deze in de openbaarheid. Ze kregen direct veel aandacht en waardering.

Sommige herinneringen zitten ergens achter in je hoofd, net zo als ‘ik zou graag‘- plannen. Beide komen soms tot leven door een geur, een onverwachte gebeurtenis. Onlangs zag ik als bij toeval de aankondiging van de tentoonstelling van Charlotte Salomon “Leben??? Oder Theater???” in het Joods Museum in Amsterdam. Dit was zo’n moment. Direct kwam ook haar oeuvre overzicht in dat mooie dikke, dure boek bovendrijven.

Afgelopen week ging ik naar haar tentoonstelling. Nu werd al haar werk tentoongesteld. Ik had direct weer hetzelfde overweldigend gevoel als jaren geleden tijdens de eerste tentoonstelling in 1980: wat een kleuren, wat een schat aan kernachtige, uitdrukkingsvolle tekeningen (soms bijna kinderlijk aandoend) voorzien van puntige vaak humoristische teksten.
In ruim een jaar tijd – in ballingschap- schilderde zij haar leven in meer dan 765 gouaches. Zowel haar jeugd, (ongelukkige) familiegeschiedenis, haar persoonlijke ontwikkeling als de dreigende Jodenvervolging zijn onderwerp van haar schilderingen. Ze zijn als een stripverhaal te lezen. Is dit mijn, ons leven of doen we allemaal als acteur maar alsof, lijkt ze zich voortdurend af te vragen.
Charlotte leefde in een tijdperk waarin veel Joden zelfmoord pleegden. Zo verloor ze veel familieleden waaronder haar moeder. Schilderen, zich uiten op deze wijze hielp haar te overleven.

In het museum rondlopend vroeg ik me af: wat raakt me nou precies? Ik kwam er niet helemaal uit omdat er zoveel lagen in haar werk zitten die ik ergens rustig moest laten binnenkomen. Dreiging, afkomst, eigen ontwikkeling van een jonge vrouw, artiest zijn, uitweg vinden in je leven. Allemaal elementen die in haar gouaches te vinden zijn. Maar bovenal haar kleurgebruik waarmee zij op beeldende wijze haar gemoedstoestand kon uitdrukken.
Ook moest ik denken aan een tweetal andere jonge vrouwen uit dezelfde tijd die ons ook nog steeds inspireren. Anne Frank en Etty Hillesum. Zij beschrijven in hun nagelaten dagboeken een bijna gelijkend proces als Charlotte doormaakte. Alle drie moesten ze onder dreiging van deportatie hun mogelijke dood onder ogen zien. Anne beschrijft in haar dagboek haar angsten, haar irritatie en volwassen worden op een manier die nu nog ontroerd. Etty Hillesum beschrijft hoe haar persoonlijke ontwikkeling onder deze dreiging haar steeds meer tot een spiritueel mens maakt. Zij vond haar weg tussen angsten, vragen over zin van haar leven en haar groeiende relatie met God. Alle drie vroeg gestorven maar zoveel nagelaten. Dreigingen die er nu weer de kop opsteken?

Tot slot kocht ik het dikke boek (was ik alle jaren van plan, maar die portemonnee….) waarin al haar werk is opgenomen. Dagelijks sla ik een bladzijde om en geniet van haar prachtige gouaches.

Loes Jap-Tjong

 

Wandelstok.

Als echte ’pensionados’ waren we op vakantie. Genietend van onze toch wel bevoorrechte situatie. We hebben gelukkig de mogelijkheden, gezondheid en zin. Het doel van onze bestemming heeft eigenlijk altijd te maken met de natuur. Wandelen, fotograferen en ver weg van drukte.
Tijdens een van de fikse wandelingen, staan we stil bij een plek hoog boven de zee. De diepte maakt indruk en ik durf niet te dicht bij de rand van dit uitzichtpunt te komen.

Plots zie ik in de struiken achter mij een wandelstok staan. Een mooie en glimmend donkerrood. Lijkt weinig gebruikt. De stok ziet er duur uit. Misschien van een van de gasten uit het nabijgelegen hotel?
Van een oudere dame of heer? Ik herinner mijn vader die na zijn 85e (met moeite) een wandelstok ging gebruiken. De koperen knop daarvan bewaar ik nog steeds met liefde.

We verbazen ons, de stok ziet er nieuw en gaaf uit. De situatie nodigt uit tot filosoferen over wie laat zo’n stok hier staan.? Waarom hier? Waar is de eigenaar? Is er iets gebeurd? Wat dan? Hier op deze plek, vlakbij een behoorlijk diepe afgrond boven zee? Het maakt me ook wat angstig. Heeft iemand gewoon zijn/haar stok vergeten mee te nemen of…?

Plotseling komt de recentelijke discussie over het thema ‘voltooid leven’ in me op. Wat is voltooid leven eigenlijk en wie bepaalt dit? Wanneer is er sprake van voltooid leven? Mag ik dit eigenlijk zelf uitmaken? Als eenzaamheid hierin een bepalende factor is hoe ga ik dan om met eenzaamheid van me zelf en de ander? Kijk ik genoeg om naar de ander? En wat is de plaats van mijn Geloof in dit geheel? Ik realiseer me dat ik deze vragen in kranten en op de TV, in gesprekken ook voorbij zie komen. Maar eigenlijk gooi ik ze nog ver van mij vandaan. Tegen die tijd, ik zie wel.
Kop in het zand lijkt vooralsnog een goede oplossing. Hoewel me dit tijdens mijn verdere wandeling met gezonde tegenzin genoeg stof tot nadenken geeft.

De mooie wandelstok, achtergelaten op die mooie plek op een mooie zomerdag heeft zijn mysterie helaas niet prijs kunnen geven.
En misschien, heel misschien was het gewoon voor de grap daar neergezet.

Loes Jap-Tjong

Coming of age(*)

We waren voor de 2de maal op Madeira. Het is een prachtig eiland met soms ruige natuur. Maar vooral bekend om de prachtige bloemen die zomaar langs de weg staan. Regelmatig moet ik aan onze tuin denken. We doen onze uiterste best om alle planten goed te verzorgen, maar hier staan - zonder ogenschijnlijke verzorging anders dan door moeder natuur - de agapantes, de Chinese roos, de Oost-Indische kers er prachtig bij. In een kleurenschakering waar tuinarchitect Rompke van der Ka jaloers op mag zijn.

Maar dan de wandelingen. Ja, daar zijn we van. Wandelen in de natuur ver van de toeristen en lekker veel stilte. Het zijn pittige wandelingen die mij uitdagen mijn grenzen ook dit jaar weer te verkennen en uit mijn comfortzone te komen. Smalle paadjes langs diepe afgronden. Soms beschermd door een wankel hekje.

Voor mij zijn het wandelingen waarbij ik – naast dus de fysieke uitdagingen - tijd heb voor overpeinzingen. De onrust van de reis (vliegen=stress) en het wennen aan het hotel trekken langzaam weg. Het wordt rustiger in mijn hoofd en ik krijg ruimte om rond te kijken en te genieten van de omgeving. Hoewel….die afgronden, soms voel ik de angst in mijn benen. Dan richt ik mijn blik weer op de vele plantenvormen die mij voorgeschoteld worden. En geniet ik van het enthousiasme van mijn echtgenoot die een speciale plant ontdekt: de Aeonium. Een vetplant die hier op bepaalde plaatsen tegen de rotswand veelvuldig voorkomt. Hij maakt er een foto van en nog een en nog een. Met telkens als excuus, deze is toch wel heel mooi.

Op vele spirituele pagina’s worden regelmatig ‘stilte wandelingen’ aangeboden. Kloosterwandelingen in binnen en buitenland. Vaak in groepsverband. Naar mijn idee een contradictie.
Het summum is natuurlijk de pelgrimstocht naar Santiago. De bedoeling is om je levensthema’s te ontdekken om jezelf uit te dagen en mogelijk te besluiten om nieuwe wegen te gaan bewandelen. Nou zover kwam ik niet. Ik had soms mijn ‘handen’ vol aan het lopen en klimmen op deze paden.

Op één wandeling heb ik het af laten weten. Deze wandeling kende ik nog van de vorige keer. Blijkbaar had ik daar traumatische ervaringen mee want bij het startpunt aankomend verstijfde ik. Kijkend in de diepte en de daaropvolgende steile helling, wetend dat daarachter nog meer van die uitdagingen lagen te wachten, stond ik als een bokkige ezel stil. ‘Dit ga ik niet doen’ was het zinnetje dat uit mij kwam. ‘Als jij wilt gaan dan maar zonder mij.’ (op de foto gaat het om het 2e pad rechts!)

Goed gemutst nestel ik me in de zon op een bankje met een boekje en wacht de terugkomst van mijn echtgenoot af. Ik zit zo rustig dat een groot aantal hagedisjes niet meer van mij schrikken. Ze vinden het leuk tevoorschijn te komen, weg te glippen bij de geringste beweging. Het zijn grauwe en blauwachtige (veel mooiere mannetjes?) beestjes.
“In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister“, is een uitspraak van Goethe. Misschien is dat ook wel de essentie van ouder worden. Oefenen in grenzen verleggen en grenzen trekken uit respect voor je onmogelijkheden. Dit kost soms strijd. Zijn uitspraak kwam me in elk geval op dat moment goed uit.
Zo kom je gemakkelijker terecht in de volgende levensfase, denk ik, hoop ik.

Loes Jap-Tjong

(*)Met ‘coming of age’ wordt een verhaal, roman, film of toneelstuk bedoeld over adolescenten die de ontwikkeling richting volwassenheid doormaken, naar een volgende fase dus. Deze transitie gaat vaak gepaard met trubbels en verwarring.

 

‘Langs het tuinpad van mijn vader…’

Deze regel uit het bekende lied gezongen door Wim Sonneveld is zeker van toepassing op het dorp waar wij al 23 jaar een geweldige woonplek hebben.

We wonen in een dorp dat deel uitmaakt van een groep dorpen die samen de gemeente Maas en Waal vormen.
Het is een stil, prachtig dorp op de oever van de Maas.
Overdag zie je nauwelijks mensen en liggen de huizen met omringende, vaak grote tuinen er stil bij.
Pas zijn een lagere school en de dorpswinkel opgeheven.
Ook de verbindingen met de ‘buitenwereld’ zijn moeizaam. Een eigen auto lijkt een voorwaarde voor een goede mobiliteit en prettig wonen.

Jaarlijks begint het in de lente wat drukker te worden en suizen motoren langs de dijken tot schrik van de fietsers en de inwoners. Voor hen en voor de vele poezen komt daarmee een eind aan de winterslaap.
Toen wij beiden nog werkten lieten wij het dorp een beetje links liggen. Onze grote verbouwing, onze bewerkelijke tuin en onze banen eisten onze aandacht volledig op.
Pas na onze pensionering werden we meer bewust van ons dorp. Alsof wij toen uit onze winterslaap kwamen.

In de stilte van het dorp begon het toch te broeien en besloot een groep actieve inwoners onder invloed van de maatschappelijke ontwikkelingen, opnieuw en nog meer gemotiveerd aandacht te besteden aan de leefbaarheid van ons dorp.
Grote vergaderingen, samen met de inwoners inventariseren van wensen, instellen van werkgroepen had al de nodige roering tot gevolg. Men zocht elkaar meer op, er kwamen vragen om mee te werken op je af. Kortom het dorp kwam ook op deze manier uit zijn winterslaap.

Als nieuwste activiteit werd het dorp verblijd met een elektrische auto. Gesubsidieerd door de provincie. De inwoners kunnen een jaar lang tegen kleine vergoeding de auto huren.
Mijn echtgenoot gaf zich op als chauffeur voor degene die de auto wil huren maar niet zelf kan rijden.
Afgelopen maandag was het zo ver. We vertrekken met chauffeur en twee dames om een rit te maken door het land van Maas en Waal. Het weer is prachtig en overal zie je de lente doorbreken. De zacht groene waas om de bomen, de heftig bloeiende tulpenbomen, de lammetjes.
Op de heen weg rijden we over de dijk met zicht op de rustig stromende Maas, op de terug weg kijken we neer op de Waal, waar duwboten opstomen naar hun bestemming.
In de auto vindt een levendig gesprek plaats en ondertussen was het genieten van de auto. Deze zoefde bijna geruisloos over de wegen en stopte als vanzelf bij een gezellig restaurant waar koffie en appeltaart de tongen streelden.
De chauffeur en ik zijn een beetje “buitenlanders” en hoorden de Appelternse verhalen aan. Maar ook levensverhalen, soms hele verdrietige, kwamen in de intimiteit van de auto naar boven.

Hoewel de elektrische auto voor alle bewoners van ons dorp een aanwinst kan zijn zal deze activiteit voor de oudere dorpsbewoners veel kunnen gaan betekenen. Er even uit, even de zinnen verzetten samen met anderen komt de leefbaarheid voor deze groep van ons dorp zeker ten goede.
Een mooi initiatief en nu maar hopen dat het bij velen zal aanslaan.

Loes Jap-Tjong
Appeltern

Obama

Ik wil nog even stilstaan bij president Obama. Een paar jaar geleden zag ik op de TV hoe hij, aankomend op Schiphol, bijna dansend de vliegtuigtrap afkwam. Dit beeld raakte me.

In de vele foto’s die langskwamen, zag je hem verouderen. Zag je zijn optimistische, hoopvolle blik meer bevangen worden. Zijn haren werden grijs. Hij wilde president zijn voor alle Amerikanen, blank en zwart. Dit maakte hem (te?) neutraal. Deze innerlijke worsteling maakte hem wat stijf, afstandelijk.

Soms stond hij zichzelf toe zijn verbinding met de donker gekleurde mede Amerikanen te laten blijken. Hij kwam meer tot leven in de wijze waarop hij een lied aanhief bij de begrafenis van een dominee die bruut werd vermoord door een blanke man.
Hij ‘mocht’ even niet neutraal zijn en samenvallen met zijn zwarte afstamming.

We hebben te maken met een grote instroom asielzoekers en komen vele nieuwe culturen tegen.
De politiek en burgers eisen vaak op hoge toon dat deze aanstaande medeburgers zich aanpassen aan onze levenswijze, onze cultuur, onze gebruiken, onze vanzelfsprekendheden. Assimilatie dus. Natuurlijk is dit reëel, ze leven bij ons in onze maatschappij met onze regels. Maar er is soms te weinig oog voor wat dit betekent voor hun eigenwaarde, hun trots, hun specifieke kwaliteiten, hun identiteit. Worden zij zo vervreemd van hun eigenheid? Moeten zij ook verstijven om dit proces door te maken? Geeft dit later uitbarstingen?

Op foto’s van mijn toen nog jonge vader zie ik de gelijkenis met Obama. Hij stapte in de dertiger jaren van de vorige eeuw, met zwierige passen en verwachtingsvol in Nederland aan wal. Hij, een zoon van een uit China naar Suriname geëmigreerde asielzoeker/arbeidsmigrant en een Ghanees/creoolse dame, ging hier zijn medicijnenstudie afmaken.
Gelukkig werkte hij als arts in een tijd dat er weinig praktijkregels waren. Zo kon hij met zijn talenten zijn eigen situatie maken. Chaotisch in de ogen van collega’s, op handen gedragen door zijn patiënten. Hij zette zijn Surinaamse warmte naar eigen maatstaven in.
Hij hoefde weinig te verstijven.

Onze familie wordt altijd aangesproken op onze naam: “He, waar kom jij vandaan? Indonesië, China, Suriname?, Dat is interessant!”. Tegelijk wordt zo op vriendelijke wijze afstand geschapen. Gemakshalve gaat men er vanuit dat we (zoals wij zelf ook) ons volledig geassimileerd gedragen.

Voor mij de kunst om tussen al die wortels (ook de Friese, moederszijde) een eigen identiteit te vormen.
Dit heeft effect op je ziel.

Loes Jap-Tjong
雅各翻译.

De wijsheid van Boggle

Mevrouw X kwam bij mij in behandeling. Een aardige, goedgeklede vrouw. Ze is intelligent, hoog opgeleid en heeft een goede baan. Ze kwam in therapie omdat ze voortdurend het gevoel heeft niet gehoord, niet gezien te worden. Bij onenigheid vertelt ze mij: ‘Hoe ik het ervaar is toch de waarheid?!’ En laat ze herhaaldelijk weten: ‘Ik verdraai de waarheid toch niet. Ik ben toch geen leugenaar, ik heb toch gelijk?!’
Voor mij als therapeut zijn dit interessante, maar ook moeilijke cliënten. Voor je het weet, breekt de relatie omdat ook jij …vul maar in.
Als ik om mij heen kijk (onze echtelijke meningsverschillen niet uitgesloten) hoor je eigenlijk niet anders dan dat: Trump vindt dat hij de waarheid in pacht heeft, zo ook Hillary, evenals de CDA, de VVD, de PVA, de SP, D’66, de IS, protesterende burgers en ga zo maar door.
Regelmatig vraag ik me af: wat vind ik er nou van, wat is eigenlijk mijn visie op hoe de wereld (!) in elkaar zit. Door wie laat ik mij eigenlijk de werkelijkheid uitleggen? Klopt dat dan wel?
Zoals gewoonlijk spelen mijn echtgenoot en ik op vakantie ’s avonds na een lange wandeling een spelletje kaart of een ander spelletje.
Dit keer was Boggle ons favoriete spel. Je schudt de stenen. Ze vallen dan in een hokje.16 stuks. Vervolgens zoekt ieder voor zich met behulp van deze stenen, voorzien van letters, zoveel mogelijk woorden. Wie de meeste woorden heeft gezien, is de winnaar.
Tot mijn verbazing gaf dit spel een helder antwoord op de problemen van bovenstaande cliënte als op mijn eigen vragen.
Uit het veld met vastliggende letters komen een aantal woorden, die beide spelers gezien, ‘gelezen’, hebben. Een overlap dus. Maar, en dat vond ik fascinerend: er zijn woorden die door de één ontdekt zijn en door het ander totaal over het hoofd gezien zijn.
Een objectieve werkelijkheid (de stenen liggen immers vast) met verschillende mogelijkheden, verschillende invalshoeken.
Bij het begrijpen van de ‘waarheid‘ gaat het altijd om interpretatie van de waarheid, gevoed door eigen onderbuik gevoelens, rationaliteit, persoonlijkheid, religie, intuïtie enzovoorts.
Het maakt mij bescheiden en mijn cliënte kon uiteindelijk iets meer ruimte maken in haar overtuigingen.

Loes Jap-Tjong

Vergane glorie?

Is tuinieren een voorwaarde voor een gelukkig leven of wordt het bij ouder worden meer een mooie last?

Onlangs fietsten we rond het prachtige plaatsje Doetinchem. Na een behoorlijk lange fietstocht waren we toe aan een drankje en wilden even kunnen ontspannen van (mijn) zadelpijn. We sloegen een zijpad in en volgden een oud wat versleten bordje: ‘Theetuin’. Het bleek een grote hoeve te zijn omringd door twee hectare grond. De familie S. (de eigenaar) had er een waar lusthof van gemaakt. Voor mensen, maar zeker ook voor vogels.

We werden begroet door een grote bruine hond die we met geruststellende woordjes voorzichtig probeerden te omzeilen. Je weet maar nooit. Door de kapschuur heen kwamen we op een terrasje.
Daar begon het.

De stoelen waren wat scheef, de kussens een beetje versleten en vanuit ons ooghoek zagen we een oude, wat kromgebogen meneer (de eigenaar?) rondscharrelen in de naastgelegen tuin.
Mevrouw, nog goed ter been, bracht ons koffie met eigen gebakken cake. Na het fietsen smaakte dit prima. Ze praatte honderd uit. Wel was de verleden tijd de teneur van het gesprek.
Vervolgens gingen we de groots aangekondigde tuinen bekijken. Wat we al vermoedden, werd helaas waarheid. Overal zag je nog enigszins de oude structuren, de oorspronkelijke beplanting, maar niet voorziene planten – onkruid en verdere wildgroei – hadden het overgenomen. De in het verleden aangelegde paadjes waren overwoekerd, de thematuinen niet meer te vinden.
Het overzicht was weg. De hele sfeer kreeg iets versletens, verlatens. Ondanks het mooie weer iets unheimisch.

Bij het weggaan zei de eigenaresse: ‘Ja, we willen het huis en tuinen verkopen. Na 30 jaar met hart en ziel er in gewerkt te hebben kunnen we het nu niet meer bolwerken. We waren zo trots op ons landgoed. We hebben veel enthousiaste bezoekers gehad. Tuinieren hebben we met hart en ziel gedaan en met veel voldoening.’ Zij aaide haar pony wat triestig, riep haar hond en verdween in een van de schuren.

Even moest ik aan onze eigen tuin denken. Pensionada zijn, genieten van het leven en de vele( korte) vakanties eisen ook bij ons zijn tol: de tuin verwildert. Moeten wij straks ook zeggen………

Loes Jap-Tjong 

Heimwee, of toch niet?

Nee, wij zijn sinds de pensionering van mijn man niet voortdurend op vakantie, maar we hadden een jubileum en besloten dit samen te vieren door een paar dagen naar Vlieland te gaan.
Ik had goede herinneringen aan vakanties op dat eiland.

Ongeveer 45 jaar gelden gingen we met onze kleine kinderen drie zomers achter elkaar naar Vlieland.
We huurden een huisje (elk jaar hetzelfde) en stuurden een hutkoffer vooruit. De verzending ging toen nog via Van Gent en Loos (bestaat al niet meer).
Ik had de bruine hutkoffer op een rommelmarkt op de kop getikt. Hij zag er wel een beetje gammel uit maar heeft de reis toch drie keer overleefd.
De inhoud bestond uit veel babyspullen voor een kindje van 1 ½ en één van 8 maanden. Katoenen luiers, veel babykleertjes, linnengoed, speelgoed, enzovoorts.
De inhoud doet me nu zeer ouderwets aan: katoenen luiers (wie gebruikt die nog?). Badstof luierpakjes en ander moeilijk drogend babyspul. Tegenwoordig heb je makkelijk wasbare kleertjes. Je hebt er minder van nodig want het is immers zo droog. Toen dus niet en daarom moest je veel meenemen. Het kon immers gaan regenen en dan droogde helemaal niks. Vergelijk het met nu: in ieder dorp zijn papieren luiers verkrijgbaar. Wat een vooruitgang vergeleken met toen. (milieutechnische vooruitgang?!)

Ook de geur van de duinrozen staat me nog sterk bij. Een wat zoetige, zwoel aroma kwam je op de weg naar de zee tegemoet.
De eerste stapjes van mijn dochter aan de hand van ons en later voorzichtig aan de hand van mijn zoontje. Hij gedroeg zich vaderlijk ten opzichte van haar: zijn kleine zusje(!).
De bolderkar. Een vervoermiddel waar veel strandspullen en kinderen in vervoerd konden worden. Het was wel hard zwoegen door het mulle zand. Ook dit beeld is totaal niet meer terug te vinden op het eiland. Het zijn fietskarren geworden bereden door wel (als toen) zwoegende vaders.

De herinnering aan onze dochter. Ze kon al zitten midden op een groot badlaken. Rechtop want van al dat zand moest ze niks weten. Ze werd overstuur als ze ermee in aanraking kwam.
Het spetteren in de zee. Naar de golf lopen en snel weer terug. Een spel dat mijn zoon onder luid gejuich eindeloos kon spelen. De zandkastelen die door de vloed tot groot verdriet van vooral mijn zoon afbrokkelden. Af en toe probeerde ik een boekje te lezen. Dat lukte nooit want er was telkens een dringende vraag die beantwoord moest worden. (zoals ik nu een jonge moeder zich zag installeren met een boekje op de stretcher. Ze had twee kleine meisjes bij zich. Vanaf het terras, heerlijk zittend in de zon, zag ik haar geworstel: willen lezen en haar kinderen bezig willen houden.)

Enfin, de huidige reis naar Vlieland riep veel herinneringen op. Ook zocht ik ijverig naar het ‘oude’ huisje in de duinen. Het duurde lang voor ik het gelokaliseerd had. Maar doordat plotseling de naam ervan uit mijn geheugen terug kwam werd het makkelijker zoeken. ‘Uit en Thuus’, ja zo heette het. Via de plattegrond en flarden geheugensteuntjes kwamen we bij het huisje aan. Nou ja huisje, inmiddels was het verbouwd en uitgebreid tot twee onder een kap. Het stond mooi boven op een duin.
Ik werd er weemoedig van. Even een volledige duik in het verleden. Mijn babykinderen, mooi weer, de geur, jong zijn. Maar ook de zorgjes, de drukte van een jong gezin.
Het kwam allemaal even voorbij. Door de roep van mijn man ’Kom je ?’ kwam ik weer in de tegenwoordige tijd.
Ik nam me wel voor om de familiefilmpjes uit die tijd nog eens op mijn gemak samen met man en kinderen en kleinkinderen te bekijken, te gaan zwelgen in de ‘goede oude tijd’.
Maar tevreden constateerde ook ik dat lekker wandelen, fietsen in de duinen zonder zorg voor (nou ja op mijn man na) anderen toch ook zijn voordelen heeft.
Hard fietsend ging ik ervan door. Voelde me weer jong!