Er is geen gebruiker ingelogd

Column Leo Booij

Niet alles wat nieuw is, is beter!

Tot voor kort hadden wij een tamelijk grote vijver in de tuin. Helder water, mooie vissen en planten en twee aardige fonteintjes. Omdat er kennelijk door de tand des tijds een lek in het plastic was ontstaan, moest ze steeds vaker worden bijgevuld, zodat ik besloot het plastic te vervangen en de vijver te renoveren. Een helse klus: vijver leeg, vissen en planten voorlopig in een paar teilen, het 20 jaar oude plastic eruit en afvoeren naar de vuilstraat, nieuw plastic erin en weer vullen met grondwater. Het duurde even totdat er een nieuw biologisch evenwicht was ontstaan en de vijver weer in volle glorie de tuin verfraaide. Groot was mijn teleurstelling dat de kwaal van lekkage na een jaar opnieuw optrad. Dat bracht ons ertoe in het voorjaar een radicale vernieuwing uit te voeren: vijver weg en een mooi grasveld erin. Het gaf een mooi aanzicht van de tuin en de kleinkinderen konden zich er goed op vermaken. Totdat, halverwege het jaar, een paar molshopen verschenen en ons grasveld steeds verder ondergroeven. Nu na al twee jaar verschijnen er ondanks succesvolle pogingen de mollen te verdrijven of te vangen steeds weer nieuwe molshopen en krijgt het grasveld meer en meer kale plekken. Mollen laten zich nu eenmaal niet verjagen als je tuin wordt omgeven door weiden. Het nieuwe was dus beslist geen verbetering!

Ook op grotere schaal wordt overal vernieuwd. Innovatie en duurzaamheid zijn termen die de laatste tien jaar in de politiek, de economie en in het bedrijfsleven steeds vaker worden genoemd. Ze zouden ook daar moeten leiden tot een verbetering van de maatschappij, betere werkomstandigheden, beter onderwijs, betere zorg, sterkere economie, hogere efficiëntie etc. etc. In werkelijkheid blijkt dat ook daar vaak geen verbetering te zijn.

Er werd op zeker moment gesteld dat medewerkers zelfstandiger en tegelijk flexibeler moesten worden en de ZZP-er werd uitgevonden. Zij zouden makkelijker, naar behoefte van het bedrijf tegen lagere kosten kunnen worden ingezet. Hen werd de spiegel voorgehouden dat ze een hoger inkomen zouden krijgen en dat het bedrijf minder werkgeverslasten zou hebben en makkelijker ervan af kon. Dit laatste is waar. In werkelijkheid daalde het risico voor de oorspronkelijke werkgevers, maar wel kregen veel ZZP-ers te maken met verborgen armoede. Ziekte en ongeval-verzekeringen als ook voorzieningen voor de oude dag kunnen door de meeste ZZP-ers niet worden opgebracht, maar de winsten van de bedrijven waar zij eerder in vaste dienst waren, namen toe. Ook deze vernieuwing is mijn inziens niet altijd een verbetering!

Al vele kabinetten hebben telkens weer vernieuwingen in het onderwijs doorgevoerd. Is dit onderwijs er echt beter op geworden? Zelf heb ik de ervaring dat jonge vakgenoten veel minder parate kennis hebben dan de generatie die een ouderwetse opleiding van de jaren zestig van vorige eeuw hebben gehad. Ik ben zeker geen zeurende oude man die vindt dat vroeger alles beter was. De onderwijsveranderingen hebben zeker ook goede effecten gehad, maar niet alle vernieuwingen bleken verbeteringen te zijn, reden waarom steeds opnieuw en met steeds kortere intervallen zulke vernieuwingen werden en worden doorgevoerd.

Een ander voorbeeld is de vernieuwingen in de zorg, of het nu gaat over ouderen of jongeren. Gedacht werd dat door de zorg op gemeentelijk niveau onder te brengen, de afstand tussen zorg-behoeftige en zorg-uitvoerende organisatie kleiner zou worden en dus betere en meer op het individu afgestemde zorg zou opleveren. Zelf kunt u wel invullen wat het gevolg is.

Niet elke vernieuwing is dus een verbetering!

Leo H.D.J. Booij

Een zomers voorjaar

Hoewel het pas voorjaar is, hebben we al een aantal dagen zomerse temperaturen gehad. Zulks nodigt uit tot allerlei handelingen. De eerste barbecues hebben we al gehouden, genietend van het vroege heerlijke avondweer. De tuin is grotendeels weer op orde, hoewel de ijsheiligen nog moeten komen. Het is druk in de tuincentra waar perkplanten al volop in de aanbieding zijn. De eerste festivals voor de jeugd zijn al geweest, velen zullen er tijdens de zomer nog komen.

Of we met die festivals blij moeten zijn, vind ik nog steeds een dubieuze zaak. Als je ziet hoeveel drugs daar door de jeugd worden gebruikt dan zijn er naar mijn mening ook negatieve kanten aan. In de kranten en in recente uitzendingen van Nieuwsuur, Achter het nieuws en Max werd geopperd dat Nederland bijna is afgedaald tot een ‘narcostaat’ waar drugs vrij verkrijgbaar zijn en de misdaad rond die drugs welig tiert. De productie ervan is begonnen en geeft in Brabant aanleiding tot dumping van chemische restanten. De laatste maanden zijn zonder pardon mensen, ook onschuldigen, neergeschoten of met een mes neergestoken. Vaak bleek er een relatie met de drughandel te zijn. Machinewapens zijn volgens berichten in de dagbladen makkelijk verkrijgbaar en een huurmoordenaar is kennelijk makkelijk in te huren. Veel daarvan werd aangewezen als het gevolg van het gedoogbeleid door de overheid, nationaal en lokaal. Als het kalf verdronken is, dempt men de put !!!

Niet alleen de criminaliteit rond drugs is daarbij van belang, maar ook de sociale, economische en gezondheidsgevolgen voor de betrokkenen zijn enorm. Jonge mensen met een prachtige voltooide studie en een veelbelovende carrière, blijken te verloederen en belanden in de goot door de optredende verslavingen. De behandeling van de gezondheidsproblemen moeten door de kostenverzekeraars worden betaald. Die verzekeraars betalen dat weer uit onze premies, dus uiteindelijk is de maatschappij de dupe, soortgelijks ook het geval met de sociale en economische verloedering. De gemeenschap draait op voor de kosten.

Lachgas is één van de momenteel favoriete genotsmiddelen op festivals en party’s. Ze wordt in ballonnen voor een lage prijs en als onschadelijke ‘legale drug’ verkocht. Een bezoekje aan de Makro of de buurtsupermarkt levert al gauw meerdere slagroomspuitpatronen gevuld met lachgas op. Voor minder dan € 10,00 kun je een paar minuten ‘high zijn’. Vergeten wordt dat het bij regelmatig gebruik, en dat gebeurd vaak meermalen op een dag, aanleiding geeft tot zenuwstelselafwijkingen met verlammingen en tot potentieel gevaarlijke afwijkingen in het bloed. De internationale medische vakliteratuur staat vol meldingen daarover.

Ik, en naar ik hoop u ook, ga genieten van een mooie zomer, maar wel een zonder drugs en festivals; gelukkig heb ik mijn eigen muziekcollectie waarvan ik in mijn tuin kan genieten.

Leo H.D.J. Booij

Is de huidige mens echt ontwikkeld en geciviliseerd?

Momenteel ben ik het boek Sapiens van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari aan het lezen. Een interessant boek over het ontstaan en de evolutie van de huidige mens. In één van de passages vertelt hij over de gewoonte van de oermens om individuen die niet meer mee kunnen komen door ouderdom of ziekte tijdens hun trektochten achter te laten of zelfs te doden; ook een ongewenst kind wordt door hen gedood. Dat hij dit met zekerheid kon stellen bewijst hij aan de hand van dezelfde gewoontes bij stammen in de oerwouden van Zuid Amerika die nooit met ‘ontwikkelde mensen’ in contact zijn geweest. Terwijl ik dat las moest ik even denken aan de ontwikkelingen in onze huidige tijd waarin ook ouderen en zieken soms aan hun lot worden overgelaten en veel jongeren afkeurend naar zwakkeren kijken alsof ze die dood zouden willen wensen. Kennelijk staat onze maatschappij nog niet zo ver af van de oertijd.

Ook schrijft Harari dat de oermens in kleine groepen leefden waarin zij rondtrokken op zoek naar eten en water. Enkele van deze groepen konden, door een gemeenschappelijke herkomst, nog wel met elkaar overweg en vormden een stam. Wanneer het echter groepen waren die op een verdere afstand van hen stonden, braken er gevechten uit omdat men zich bedreigt voelde en er gevaar was dat er onvoldoende voeding was. Ook dit deed mij denken aan de huidige tijd waarin ‘stammen oorlogen’ nog steeds voorkomen met het Midden Oosten en Zuid-Oost Europa als voorbeelden.

Hij beschrijft dat elke groep werd aangevoerd door een sterke leider, het alfa-mannetje of vrouwtje. Het beeld van het sterke individu dat als leider optreedt en recht meent te hebben op alles wat hij/zij begeert is ook zo’n beeld dat niet alleen bij de oermens bestond, maar ook nu nog bij de moderne mens bestaat. Wat te denken van de medewerkers van hulporganisaties die kennelijk zich te buiten gaan aan seksuele geneugten met van hen afhankelijke personen. En wat te denken van de regeringsleiders in een aantal landen in Azië en Afrika? Wat te denken van aanvoerders van een aantal min of meer ‘criminele’ groeperingen in ons land.

Alhoewel de moderne mens zegt geciviliseerd te zijn, duiden de bovenstaande voorbeelden toch in een andere richting…!

Leo H. D. J. Booij

 

De toekomst ligt in het verleden!

Steeds vaker horen we het geluid dat we de geschiedenis moeten vergeten omdat de toekomst veel belangrijker is. Mensen willen niet meer terugkijken naar ons verleden; sommigen stellen zelfs dat een aantal gebeurtenissen zich niet hebben voorgedaan. Toch overdenken mensen omstreeks Nieuwjaar wat er in het voorbije jaar allemaal is gebeurd en wat ze zich in het nieuwe jaar gaan voornemen. Niet dat al die nieuwe wensen vervuld zullen gaan worden; dat was immers het voortgaande jaar ook al niet gebeurd.

Veel van de dingen die zich in 2017 hebben voltrokken, hebben dit ook in 2016 en 2015 etc. al gedaan, of in die jaren werd er in elk geval de bodem voor gelegd. Veel van de nieuwe wensen werden in 2017 gerealiseerd, maar dat kon alleen maar omdat in 2016 de fundamenten daarvoor al waren gebouwd: de nieuwe auto in 2017 kon alleen maar worden aangeschaft omdat er in 2016 en 2015 al voor werd gespaard.

Zo gaat dat ook met de grotere zaken die door bedrijven, de overheid en zelfs de hele mensheid worden ondernomen. De oorlogstoestand in het Midden-Oosten vindt zijn oorsprong niet in het heden, maar in zaken die zich in de vroege of late geschiedenis hebben voorgedaan. En die zijn weer het gevolg van zaken die zich daarvoor hebben voorgedaan. Soms is dat zo sterk dat dezelfde dingen zich steeds weer herhalen. Niet voor niets zegt een bekend spreekwoord “l’Histoire se répète” (de geschiedenis herhaalt zich).

Dat is echter maar de halve waarheid; want eigenlijk zou het, zoals hierboven betoogt moeten luiden ‘de toekomst ligt in het verleden’. Veel dingen die men doet, zijn alleen maar mogelijk vanwege handelingen in het verleden. Zo kan men alleen naar de Universiteit of het HBO als de middelbare school met succes doorlopen is en dat kan alleen maar als de lagere school succesvol is geweest. We kunnen alleen maar met hout werken als er vroeger bomen zijn aangeplant om het hout te leveren. Onze economie kan alleen maar floreren als er daarvoor investeringen zijn gedaan. Onze Caribische gebiedsdelen zijn er alleen maar omdat er vroeger schepen werden bemand die uitvoeren om handel te drijven. Dat die handel ook uit slaven bestond was in die tijd ‘normaal’. Onze bevolking kan alleen maar zo gemêleerd zijn omdat we vroeger ‘vreemdelingen’ hebben toegelaten.

Het doen vergeten en zelfs het ontkennen van delen van onze geschiedenis, zoals tegenwoordig vaak wordt gepropageerd, berust naar mijn mening op onnadenkendheid en kortzichtigheid. Onze historische helden dienen niet te worden vergeten en hun standbeeld verwijderd, maar moeten juist worden vereerd!!! Het is op hen dat ons verleden en dus onze toekomst is gebaseerd. Dat hun handelingen in de tegenwoordige tijd verwerpelijk zijn, laat een essentieel punt buiten beschouwing: ze moeten worden bezien in de tijdgeest van toen.

Leo H.D.J. Booij

 


Het Kabinet

Bijna zeven maanden deed Rutte over het opstellen van een regeerakkoord tussen de vier centrumrechtse partijen en die samen een nipte meerderheid van één zetel in zowel de Eerste als de Tweede Kamer hadden. Daarna was het in 14 dagen gepiept met het samenstellen van een kabinet. Volgens een aantal commentaren is het in het akkoord opvallend dat er na de grote bezuinigingen en lasten verzwaringen van Rutte 2 nu een periode van potverteren en het groeien van het aantal werknemers bij de overheid aankomt. Hierdoor zullen in de nabije toekomst opnieuw bezuinigingen en lastenverzwaringen nodig zijn. Was het niet zo dat regeren vooruit zien is?

Er werden vanwege de achterstand in salaris ten opzichte van andere onderwijsgroepen en het verlagen van de werkdruk, toezeggingen gedaan aan de werknemers in het basisonderwijs. Hoewel je deze uitgaven kunt billijken, moet gezegd worden dat soortgelijke problemen ook bestaan bij de politie, het leger en de gezondheidszorgwerknemers. Laat Rutte hen, omdat het geld op is, in de kou staan, of krijgen ook zij een hoger budget? Of vergeten we de eerlijke verdeling van de overheidskoek?

In het regeerakkoord worden weliswaar een aantal noodzakelijke veranderingen benoemd, maar het lijkt dat andere problemen van het tableau te zijn verdwenen. Op andere gebieden worden halfslachtige maatregelen genoemd. Te denken valt aan de problematiek met de pensioenen, de noodzakelijke klimaatmaatregelen, de achterstand op ICT-gebied bij de overheid, de problemen rond de immigratie en integratie, de vergrote afstand tussen politiek en bevolking, de gevolgen voor Nederland van de Brexit, de problematiek van de ZZP-ers, de krapte op de woningmarkt, etc. etc. Zijn dit niet grotere maatschappelijke problemen dan het afschaffen van de dividendbelasting en het egaliseren van de BTW?

Als voorbeeld van halfslachtige maatregelen het volgende. Veel lawaai wordt er gemaakt over de aanpak van de kosten van geneesmiddelen, terwijl die slechts 5-6% van het gezondheidszorg budget bedragen. Andere uitgaven in de zorg zijn veel hoger en kunnen bij aanpakken dus ook grotere bezuinigingen opleveren. Ook lijkt de overheid onbetrouwbaar te zijn zoals blijkt uit de herinvoering van het huurwaarde forfait. Men zal die weer moeten betalen als de woninghypotheek geheel of grotendeels is afgelost. Was het niet dezelfde overheid die aandrong op versneld aflossen van de hypotheken?

Wat te zeggen van de nieuwe kabinetsleden? Dat een aantal van hen niet uit de Haagse kringen afkomstig is en dat zij voor een frisse wind kunnen zorgdragen, is enerzijds toe te juichen. Echter het is anderzijds te betreuren dat de meesten, zoals dat ook bij de leden van de Tweede Kamer het geval is, uit het ambtelijk bestuur of het onderwijs afkomstig zijn. Naar mijn mening is het dringend gewenst dat er eens mensen komen uit industrie, handel en kleinbedrijf. Dan heeft men in elk geval geleerd de tering naar de nering te zetten, hetgeen in de ambtelijke wereld geenszins het geval is!

Leo H.D.J. Booij

Vakantie en de schilder

Bij aanhoudend mooi weer gebeurt er iets met de hormonen van vrouwen. De drang tot schoonmaken en vernieuwen steekt de kop op en alles moet het liefst klaar zijn voordat de vakantie periode begint. Zo ook bij ons.

Mijn echtgenote geeft al langer aan dat het tijd wordt om een nieuw bed te kopen omdat het huidige begint te verouderen en het, gezien onze leeftijd, steeds moeilijker wordt om onder het bed schoon te maken. Ze heeft een echtelijke-sponde gezien die je met gemak uit elkaar kunt verplaatsen zodat je er makkelijker onder kunt komen. Enkele weken geleden zijn we daarom maar eens naar een woonboulevard gegaan en de boxspring naar keuze gekocht. Thuis gekomen begon het pas echt…

‘Maar dan moeten we wel de kamer opnieuw schilderen want anders steekt het zo af’, was haar volgende opdracht. Ze vervolgde: ‘Dat moet wel gebeuren voordat het nieuwe bed halverwege volgende maand wordt geleverd’. Nu had ik vroeger dergelijke klusjes meestal zelf gedaan, maar nu zag ik daar tegenop. Ik heb angst gekregen om op een hoge trap te gaan staan, hetgeen vanwege de hoogte van de plafonds en de ramen nodig is. Voordat je dan in deze tijd een geschikte schilder hebt gevonden. Veel waren er op vakantie, anderen hadden het te druk omdat kennelijk meer vrouwen op een dergelijk idee zijn gekomen. Links en rechts vragen leverde een adres op van een plaatselijk schilder/ZZP-er die tijdens de vakantie periode kennelijk doorwerkte. Hij wilde me, hoewel hij het al erg druk had, wel helpen. Enkele dagen voordat hij kon beginnen, zou hij me waarschuwen zodat de kamer leeggeruimd kon worden en wij naar de logeerkamer zouden verhuizen.

Toen kwamen de volgende vrouwelijke hormonen los. Ons oude bed zou naar de logeerkamer moeten want het bed dat daar stond, was nog ouder en dat zou daarom naar de schroot moeten. Maar ja, dan zou de logeerkamer eerst grondig schoon moeten. Schilderen was niet nodig, want dat was pas twee jaar geleden gedaan. Echter, het logeerbed moest wel verdwijnen. Gelukkig waren mijn dochter en haar man bereid te helpen. Helaas werd mijn vrouw getroffen door een griepachtige ziekte, zodat zij niet mee kon doen.

Gelukkig was het al vrijdag en konden we op zaterdag de ‘verhuizingen’ uitvoeren. Logeerbed afbreken en van boven naar de schuur brengen, de logeerkamer soppen en ons beneden staand bed afbreken om het daarna boven weer op te bouwen. De kasten op de slaapkamer leegmaken en de inhoud zolang ergens opbergen. We waren er een lange dag zoet mee. Echter…

Mijn echtgenote, die tijdelijk op de bank had gelegen, was even opgestaan om te kijken wat we hadden gedaan. Haar hormonen speelden weer op, de slaapkamer moesten we wel eerst even globaal schoonmaken want zo kon je de schilder er toch niet in laten werken…

Naar mijn huidige mening moet je nooit in de vakantieperiode iets laten schilderen, laat staan een nieuw bed kopen…

Leo H.D.J. Booij


Wat krijgen we nu…

Nu het mooi weer is geworden, bekruipt mij een vakantie gevoel; lekker werken en lezen in de tuin, de vakantieplannen van de kinderen aanhoren, de kleinkinderen komen een paar dagen logeren en het parlement is op reces. Ook voor onszelf vakantie op het Indonesische eiland Bali in het vooruitzicht. Benieuwd hoe het daar veranderd is sinds mijn laatste bezoek enkele jaren geleden. Eigenlijk is dat vakantiegevoel een jaarlijks weerkerend iets, hoewel het toch elk jaar weer iets anders is.

Dat anders zijn zit hem vaak in de plotselinge nieuwtjes, waar men voor het bekend maken ervan gebruik maakt van de vakantie-afwezigheid van velen, zodat er niet al te heftig op wordt gereageerd. Zulke dingen zijn er meer dan voldoende. Ieder jaar wellen er uit bronnen van minderheidsgroepen ideeën op die op weerstand kunnen rekenen en dan gebruikt men graag de vakantieperiode om een ballonnetje op te laten.

Zo werden we kortgeleden opgeschrikt door het bericht dat een paar mensen graag een gendervrije maatschappij willen hebben. Het begon zoals gewoonlijk in Amsterdam waar men niet meer ‘Dames en Heren’ mag zeggen maar ‘Beste mensen’ en werd opgevolgd door de Nederlandse Spoorwegen die ook niet meer zullen oproepen met ‘Dames en Heren’ maar met ‘Beste reizigers’. Dat dit opnieuw een genderverschil en zelfs discriminatie inhoudt, werd niet zo gauw opgemerkt. Reiziger betekent immers de mannelijke vorm van die persoon en de reizigster wordt niet meer benoemd. Hoe het moet met de aanspreek titels mevrouw en meneer is mij niet duidelijk of gaan we aanspreken met mens. Dat klinkt opnieuw onjuist want het houdt een denigrerend gevoel in: mens loop door, mens kijk uit etc.

Winkelmeisje en kassajuffrouw zullen moeten verdwijnen en hoe zit het met al die andere dingen die zowel een mannelijke als vrouwelijk vorm hebben. Als je de wereld echt gendervrij wilt maken, hebben niet alleen de taalkundigen maar ook de plastisch chirurgen handen vol werk. Blauwe en roze beschuit met muisjes zullen vervangen moeten worden door oranje muisjes. Voor de rok en de broek zullen nieuwe vormen bedacht moeten worden evenals voor dames- en herenfietsen.

Het lijkt mij beter alles maar bij het oude te laten en lekker op vakantie te gaan…

Leo H.D.J. Booij


Verslavend

Hoewel ik inmiddels met pensioen ben komen steeds meer bekenden en vrienden mij raad vragen over een groter of kleiner gezondheidsprobleem. In de meeste gevallen gaat het daarbij om ‘normale’ zaken, totdat…
Enkele weken geleden werd ik door iemand aangeschoten met een wel heel bijzonder probleem.

Uit de keukenkast waren al een paar keer een paar gaspatronen voor de slagroom spuit verdwenen. Met wat omhaal was achterhaald dat deze waren gestolen door de kleinzoon van 16 jaar. Alhoewel hij had toegegeven dat hij ze al 3 keer had meegenomen was niet goed te achterhalen wat hij er mee deed. Grootmoeder gaf hem er aardig van langs: als hij ze nodig had voor school bijvoorbeeld dan kon hij er toch ook gewoon om vragen. Thuis hadden ze namelijk geen slagroomspuit en dus ook geen gaspatronen. Omdat grootvader een en ander toch gek vond vroeg hij mij wat ik ervan dacht hij had namelijk wel eens gelezen over lachgas verslaving. Onmiddellijk was het mij duidelijk dat het bij de jongen inderdaad om de lachgas uit de patronen ging.

Al in 1794 was het bij Humphrey Davy die wetenschappelijk onderzoek met lachgas deed, bekend dat je een prettig tintelend zwevend gevoel van lachgas inademen kreeg. Je voelde minder pijn en je ging je luchthartig gedragen. Later toen lachgas bij narcose werd gebruikt werd dit effect steeds duidelijker. Mensen die er gemakkelijk aan konden komen begonnen het te gebruiken om ‘high’ te worden. Het werkt snel, een paar teugen is voldoende, maar ook kort, na 3 minuten is het effect verdwenen. Er zouden geen nadelige effecten zijn en je kunt het met tussen pozen steeds opnieuw gebruiken. Uit ziekenhuizen en in de voedingsmiddelen industrie (lachgas wordt gebruikt om voedingsstoffen snel te koelen, en als drijfgas bij spuitbussen met voedingsmiddelen) werd lachgas gestolen. Toen ook de jeugd het had ontdekt werd het in dancings etc. in ballonnen verkocht. Inmiddels is bekend dat lachgas verre van onschadelijk is. Je kunt erbij regelmatig gebruik bloedarmoede van krijgen, het verhoogt de kans op spontane miskraam en verlaagd de vruchtbaarheid. Ook kunnen zenuwbeschadiging met krachtverlies en verlammingen het gevolg van regelmatig lachgas ademen zijn. Ook een groot aantal andere afwijkingen kunnen het gevolg van lachgas zijn.

Opa en Oma let dus op uw keukenkastjes en voorkom dat lachgas voor iets anders wordt gebruikt dan voor de slagroom op de taart.


Leo H. D.J. Booij

Verkiezingen

Op 15 maart aanstaande zijn er Tweede-kamer verkiezingen, waarbij maar liefst 21 partijen strijden om de 150 zetels. Overigens zijn er door de vele afsplitsingen ook nu al 17 Kamerfracties. Een zo grote versnippering is naar mijn mening ongewenst, ook al wordt gesteld dat dit de democratie ten top is. Omdat in debatten elke partij spreektijd krijgt worden de debatten alsmaar langer, zijn er steeds meer amendementen en worden veel en vaak nutteloze vragen gesteld. Dergelijke vragen hebben dan alleen ten doel om in de publiciteit te komen, en niet om echt informatie te krijgen. In de meeste gevallen berusten de vragen op een bericht in de media en vragen worden het vaakst juist door de kleine fracties gesteld.

Dat de verkiezingen aanstaande zijn is goed te merken aan de televisieprogramma’s. Elke publieke zender, maar ook commerciële zenders hebben elke dag wel politici in hun programma’s die proberen ons te overtuigen om op hun partij te stemmen. Ook heeft een aantal partijen reclametijd gekocht om hun boodschap over de vloer te brengen. Bij al deze activiteiten worden veel voorstellen en beloftes gedaan, de één nog mooier dan de andere. Allen hebben kennelijk het doel ons te verlokken. Wanneer je nadenkt over de haalbaarheid daarvan kom je al snel tot de conclusie dat het onmogelijk is ze allemaal te verwezenlijken vanwege financiële dan wel politieke redenen. Dit is zeker het geval nu duidelijk wordt dat Nederland waarschijnlijk alleen door een breed gevormde coalitie bestuurd zal kunnen worden. Bijna niemand gelooft nog in de oprechtheid van de partijen, doordat de meeste voornemens niet of slechts uitgekleed zullen worden gerealiseerd. Dit is ook het geval geweest met de voornemens en beloften in de vorige verkiezingen. Het gevolg is dat mensen zich steeds minder betrokken voelen en de partijen verwijten vooral op te komen voor het partijbelang in plaats van het landsbelang!

De meeste partijen hebben hun voornemens vastgelegd in meestal omvangrijke partijprogramma’s. Ik heb ze allemaal van het internet gedownload en bekeken. Het lijkt of de partijen onderling een wedstrijdje hebben gehouden wie het dikste programma kon produceren. Al snel ben ik opgehouden ze te lezen en constateerde dat het voor de ‘gewone mens’ ondoenlijk is ze allemaal te lezen en te vergelijken. De meeste zouden door het gebruiken van wat minder wollige en meer begrijpelijke niet ambtelijke taal aanzienlijk kunnen worden ingekort en verbetert. Hoe zeer staat deze grote omvang in tegenstelling tot de wens van alle partijen de gewone mens meer bij de politiek te betrekken! Hierdoor zal de ‘gewone mens’ op nog steeds grotere afstand van de politiek komen te staan.

Opvallend ook is de nogal agressieve wijze waarop de mannelijke partijleiders met elkaar in debat gaan. Daarbij valt de vaak vooringenomen (links georiënteerde) en sturende wijze van bevragen door een aantal presentatoren op. Zij proberen kennelijk de kandidaten tot uitspraken te verleiden. Gelukkig trappen de meesten daar niet in, maar aan hun non-verbale expressie merk je dat ze zich daarbij niet happy voelen. Hiermee vergeleken was het 14 dagen geleden gehouden vrouwelijke kandidaten debat, een verademing. Daar liet men elkaar in elk geval uitpraten en viel men elkaar niet steeds op hinderlijke wijze in de rede en de presentatoren hielden zich goed afzijdig.

Ook op de partijen is het een en ander aan te merken. Hoewel het al langere tijd bekend is dat de mensen in de ‘provincie’ zich niet meer vertegenwoordigd en zelfs in veel opzichten achtergesteld voelen, staan er ook dit keer weer weinig vertegenwoordigers uit de ‘provincie' op verkiesbare plaatsen op de lijsten. Het lijkt of de randstad het enige ertoe doende deel van Nederland is. Infrastructuur wordt vooral daar aangekleed en ook subsidies gaan voor het merendeel daar naar toe. Als je dan weet dat de meerderheid van de Nederlanders in de provincie woont zet je daarbij de nodige vraagtekens. Een aantal nieuwe en kleine partijen wordt (nog) gedreven door een beperkt aantal mensen en proberen meestal maar één twee onderwerpen te verdedigen die meestal ook nog geen breed draagvlak in de bevolking hebben. Natuurlijk is het hun democratische recht dit te doen, maar het is zo jammer dat ze leiden tot versnippering in de kamer. Het zou mijn inziens beter zijn als men de grotere partijen ervan zou overtuigen deze punten in hun programma op te nemen.

Ondanks dit is het toch belangrijk op 15 maart te gaan stemmen; ik zal dat, omdat ik mijn stem in de democratie wil laten horen, in elk geval doen!

Leo H.D.J. Booij.

Zeg er eens iets van …

De laatste twee maanden ben ik hevig geschrokken van een aantal in mijn ogen verwerpelijke discussies en ontwikkelingen in onze Nederlandse samenleving.

Enkele jaren geleden begonnen met een discussie over Zwarte Piet, worden er door een kleine groep in onze samenleving nu ook vraagtekens gezet bij de legitimiteit van onze oude volkshelden en het vieren van Kerstmis. Namen als Jan Pieterszoon Coen, Michiel de Ruyter en Piet Heyn zouden volgens deze mensen moeten verdwijnen omdat ze in de huidige tijd in verband worden gebracht met de slavenhandel. Daarbij wordt volledig voorbij gegaan aan de historische achtergronden van hun daden en het tijdsbeeld waarin hun heldendaden zich afspeelden. Opmerkelijk is dat de voorstanders van dergelijke initiatieven, gezien de manier waarop zij zich presenteren, vaak weinig verdraagzaam zijn en niet in staat blijken te zijn voor een respectvolle discussie.

Als klap op de vuurpijl werd enkele weken geleden door de Nederlandse Publieke Omroeporganisatie gesteld dat we niet meer moeten spreken van Kerstmis en Kerstfeest maar van Decemberfeesten, omdat onze moslimbroeders zich daaraan zouden storen. Dat ook ontkerkelijking en andere maatschappelijke ontwikkelingen daaraan kunnen bijdragen is duidelijk, maar blijkens de discussies toch minder doorslaggevend zijn. Als we deze tendens doortrekken dan zullen binnenkort wellicht ook Pasen, Pinksteren, Hemelvaartsdag en Carnaval er aan moeten geloven. Daarvoor in de plaats zou volgens sommigen het Suikerfeest moeten komen. Vergeten wordt dat al deze zogenoemd christelijke feesten ook een oudere, niet christelijke, betekenis hebben. Zo is Kerstmis ook het lichtfeest, ter ere van de zonnewende.

Het is op zijn minst vreemd dat het vooral ook de Nederlandse persmedia met programma’s als o.a. De Wereld Draait Door, Nieuwsuur en Pauw zijn die als spreekbuis van deze acties fungeren en zelfs de discussies versterken. Het begint er zo langzamerhand op te lijken dat niet de nieuwkomers in onze maatschappij moeten integreren in onze cultuur, maar dat Nederlanders moeten integreren in de gebruiken en denkbeelden van deze kleine groep nieuwkomers. Zelden is er nog sprake van objectieve berichtgeving maar worden de mededelingen sterk gekleurd door de persoonlijke opvattingen van de presentatoren en de redactie van het betreffende programma. De groep van voor de discussie uitgenodigde ´deskundigen´ wordt steeds kleiner, zodat steeds vaker dezelfde gezichten in beeld verschijnen. Kennelijk zijn zij op al deze onderwerpen deskundig!

Steeds meer Nederlanders beginnen zich, zoals blijkt uit wat ik in de bevolking op vang, aan bovengenoemde fenomenen te storen en gaan zich er tegen verzetten. Politiek gezien zullen de meer extreme partijen daar garen bij spinnen. In de USA heeft dit zich afzetten tegen gevestigde partijen geresulteerd in de verkiezing van Donald Trump tot president. Ook in Nederland vertrouwt men de conventionele politiek, die lange tijd voor stabiliteit in onze samenleving heeft gezorgd, niet meer, en er ontstaan steeds meer splinterpartijen. Voor de aanstaande Tweede Kamer verkiezingen hebben zich maar liefst 81 partijen ingeschreven. Hierdoor zal er in ons parlement waarschijnlijk weinig stabiliteit zijn.

Ondanks deze in mijn ogen negatieve ontwikkelingen wens ik u alleen een gezond en gelukkig 2017 toe.


Leo H.D.J. Booij


Fatsoensnormen en waarden

Op 8 november jl. waren er verkiezingen in de Verenigde Staten van Amerika. Hoewel wij daar niet bij betrokken waren, werden we toch bijna dagelijks daarmee geconfronteerd en werden we vergast op de debatten en de uitspraken die de kandidaten Clinton en Trump deden. In niet mis te verstane woorden beschuldigden ze elkaar van allerlei criminele activiteiten. Of het allemaal waar was, maakte niet uit, het ging erom dat ze elkaar konden overbluffen om zo de verkiezingen te kunnen winnen. En dat moest dan de machtigste vrouw c.q. man ter wereld opleveren. Je vraagt je af of er nog wel fatsoensnormen en waarden bestaan in dat land?

Maar… , hoe staat het met de normen en waarden in ons eigen land? Worden bij ons nog wel aan de gebruikelijk fatsoensnormen en waarden vastgehouden? Als je soms de debatten in de Tweede Kamer ziet dan vraag ik me dit af. Ook bij ons bedienen volksvertegenwoordigers, maar ook ministers, zich nogal eens van een uitzonderlijk taalgebruik, waarvan ik niet zou willen dat mijn kleinkinderen dat gebruiken.
Ook op televisie zijn er veel programma’s waarin deelnemers en presentatoren zich bedienen van schuttingtaal om maar te zwijgen over de vaak seksistische en seksuele insinuaties.
Ook op andere wijze neemt men fatsoensnormen en waarden niet meer in acht. Bijvoorbeeld in veel "praatprogramma’s" laat men elkaar niet meer uitpraten en toont men geen onderling respect meer.
Ook de "gewone man” maakt zich daaraan schuldig. Onder andere het taalgebruik en respectloos verstoren van bijeenkomsten over de eventuele vestiging van asielzoekers centra. Hierdoor hoort men elkaars argumenten, voor én tegen, niet en worden vaak ten onrechte stellingen ingenomen die niet meer op realiteit berusten.
Het gedrag van voetbalsupporters bij en na de wedstrijden, ook die van ouders die naar de sportprestaties van hun kinderen gaan kijken, gaat vaak alle perken te buiten.
De wijze waarop onderwijzers op de scholen, maar ook verpleegkundigen op Eerste Hulp afdelingen van ziekenhuizen worden bejegend, getuigen niet van respect en de daders treden vaak buiten de normen.
Ik vraag mij af waardoor en waarom dit verschijnsel zich over de gehele wereld in steeds heftiger gedaante voordoet. Komt het voort uit het toegenomen egoïsme en de egocentrische opvattingen? Hebben wij senioren iets fout gedaan in de opvoeding van onze jongeren? Dit laatste kan het niet zijn want ook senioren maken zich schuldig aan respectloos handelen en het niet in acht nemen van normen en waarden. Is het respectloze gedrag het gevolg van het kijken naar de TV-programma’s en bioscoopfilms waarin steeds verder de grenzen worden opgezocht en worden verschoven?

Wie het weet mag het zeggen, want velen snakken naar het herstel van de goede fatsoensnormen en waarden waarvan de basis is gelegen in respect voor de ander, tolerantie van andere opvattingen en hulp aan minderbedeelden.

Leo H.D.J. Booij

Het kan verkeren

In de Nederlandse vakantieperiode was het een en al sport op de televisie en in de kranten: de Giro Italia, de Tour de France, Wereldkampioenschappen Atletiek , Olympische Spelen etc. Breed werden de kansen van de Nederlandse deelnemers uitgemeten, maar niet altijd kwam dit uit. Domme pech, niet in vorm zijn, toch nog betere deelnemers uit andere landen, waren daarvan mijn inziens de oorzaak.

Het meest uitgesproken waren de voorspellingen voor de Olympische Spelen, volgens ‘kenners' zouden we achtentwintig medailles halen, waarbij velen van goud. Het werden er ‘slechts’ 19: acht gouden, zeven zilveren en vier bronzen medailles. Daarmee waren we elfde in de rangorde. Critici berichtten in de krant dat elke medaille ruim tien miljoen euro had gekost d.w.z. dat was het geschatte bedrag dat de sportbonden etc. in vier jaar als voorbereiding op de spelen hadden besteed. Andere critici riepen meteen dat de besturen van enkele sportbonden en de trainers moesten worden ontslagen en door anderen vervangen! Wat een lariekoek! Alsof de besturen en trainers verantwoordelijk zijn voor de prestaties van de deelnemers. Kon de wielrentrainer er wat aan doen dat de Nederlandse wielrenster van Vleuten, die naar een zekere gouden medaille koerste, een geweldige smak maakte, in het ziekenhuis terecht kwam en daardoor verloor? En wat te denken van de verwijten aan Max Caldas, de hockeytrainer, waarvan op televisie meteen werd geroepen dat hij te dik was en daarom niet geschikt als trainer, terwijl er door de elf hockeyers toch een aantal fantastische wedstrijden gespeeld waren en zij een mooie vierde klassering bereikten!

Is het overigens niet fantastisch dat een klein land als Nederland zoveel medailles heeft gewonnen; meer dan grotere landen, met meer inwoners, zoals Spanje, Brazilië, Canada, Argentinië en Indonesië. Dat zijn toch geen landen waar niet in sport wordt geïnvesteerd.

Vorige week werd hoog opgegeven over de kansen van Ajax tegen Rostock waarbij er eerder thuis een gelijkspel was behaald. Dat varkentje zou wel even gewassen worden. Echter, de uitslag was 4-1 voor Rostock. Daags na de wedstrijd stonden de kranten weer vol van commentaar en de pas aangetreden nieuwe trainer stond onder druk; alsof hij verantwoordelijk was voor het matig presteren van de elf spelers. En kijken we ook naar het Nederlands elftal dat van Griekenland verloor; daarover wordt al langere tijd in de media gesteld dat Blind maar moet verdwijnen

Is het niet merkwaardig dat Nederlanders aanvankelijk te hoge verwachtingen van sportprestaties hebben om daarna de deelnemers en trainers af te kraken? Het kan verkeren.

Leo H.D.J. Booij

Marktwerking en decentralisatie in de ziekenhuiszorg

Er is al veel geschreven over de gevolgen van de marktwerking in de zorg. Niet alleen zijn de kosten door de toegenomen bureaucratie enorm gestegen, maar ook zijn allerlei versoberingen doorgevoerd. Hierdoor zijn veel mensen, vooral de ouderen en chronisch zieken, in de problemen geraakt. Bijna dagelijks worden we hiermee in de media geconfronteerd.

Er is naar mijn mening echter nog een ander probleem ontstaan, dat ten onrechte niet als gevolg van de marktwerking wordt gezien. Mede omdat er nu officieel winsten gemaakt mogen worden en die als dividend aan de investeerders mogen worden uitbetaald, is het oprichten van zogenoemde privé-klinieken een lucratieve zaak geworden. Als paddestoelen zijn ze de laatste jaren uit de grond gestampt; oogheelkunde, plastische chirurgie, esthetische chirurgie, diagnostische centra, tandheelkundige klinieken, etc. etc. Ze worden door de eigenaren aangeprezen als hoge kwaliteit, extreem patient vriendelijk, geen wachtlijsten, comfortable omgeving etc., etc.
Deels is dat ook het geval en zijn uitstekende klinieken aanwijsbaar.

Een deel van deze klinieken hebben echter ook een schaduw kant. Ze zijn vooral gebaseerd op winst maken !!! En dat niet alleen voor de investeerders, maar vaak ook voor de erin werkzame artsen. Dit heeft langzamerhand geleidt tot een mentaliteitsverandering bij althans een deel van de artsen. In de tijd dat ik afstudeerde was geld een bijzaak, je wist weliswaar dat je goed ging verdienen, maar je maakte de keuze welke specialisatie je zou gaan doen niet op grond van je toekomstig inkomen. Sinds een aantal jaren is die mentaliteit verandert en wordt er door veel artsen gestreefd naar winst optimalisatie. Ze kiezen naar mijn mening niet alleen meer omdat het een interessant en dienend vak is, maar omdat ze er veel mee hopen te verdienen. Getuigen hiervoor zijn de vele gevallen van fraude met declaraties, het faseren van behandelingen waardoor deze elk afzonderlijk kunnen worden gedeclareerd, het uitvoeren van onnodige behandelingen, etc. Vaak worden ze na ontdekking in de media gemeld, maar niemand vraagt zich af waardoor ze komen. Niet alleen artsen, maar ook investerende managers hebben de profijtelijkheid van privé-klinieken ontdekt, ze voeren na oprichting van een kliniek de directiefuncties uit en zoeken naar artsen die bereid zijn daarin te werken. In het kader van de marktwerking adverteren zij in de media. Vaak zijn het ook deze managers die in de media hun kliniek aanbevelen. Wanneer ernstige complicaties optreden, of als een behandeling te bewerkelijk of met te hoge kosten gepaard gaat, worden de patiënten naar het reguliere ziekenhuis verwezen. Een ontwikkeling die naar mijn mening niet gewenst is.

Natuurlijk zijn er ook uitstekende privé klinieken waar verantwoordelijke en ethisch handelende artsen werken. Zij gaan veelal uit van ziekenhuizen en werken vaak ook in de directe omgeving daarvan. Deze zijn meestal opgericht omdat daarmee capaciteit problemen kunnen worden opgelost en de wachtlijsten verkort. Het was vroeger nog niet zo gek: geen winstbejag, uitoefenen van het medische vak als roeping, altijd klaar staan.


Leo H.D.J.Booij